Galerie Het Blauwe Venster


Liesbeth Ulijn (1950)
home

het pepermuntje (2007, De Windhapper)

ik sla mijn schrift open
een lege bladzijde
het zwarte lint kriebelt
over mijn witte knie

een viriele conducteur buigt
zich naar me toe
fluistert zie
het rafelt
hij biedt snoep aan
dat doodt de tijd

een breiende buurvrouw
maast met rood
de vertraging in

verleid tot mijn eerste zin
noteer ik hoe
zwart als de nacht
hij was en hoe wit
het pepermuntje

Vloeren (2007, De Windhapper)

In de kerken van Umbrië
bemin ik de vloeren wil ik
vrijen met de mannen
die ooit de tegels schikten

Uren zit ik in een bank
mijmerend over toen
hoe ik mee mocht doen
muze van het mozaïek

als boete voor de sjans
elke dag vlak voor de preek
met een lap er over heen
voor nog meer glans

Gracieus oud (2007, De Windhapper)

Wat is het koud
Uit de dichte hemel
valt geen licht te klaren
Mezelf in drie exemplaren
naar de duinen planten
Bomen die daar oneindig
uit de aarde kreukelen
worden gracieus oud

Mijn bibberende rimpels
tegen trotse abelen plakken
Zo zingen in de zeewind
vroege vinken zullen
op mijn armen slaan
winterveren achterlaten
op mijn gezicht

Het fragment (2007, De Windhapper)

Op de maat van het jonge dons
dat langs donkere wateren
grote stilte woorden geeft
fietst een vrouw alleen
de schouders laag tuurt ze
door haar wimpers

Zij gaat in een groene cocon
Alleen de zachte lentezon mag
haar blanke armen warmen
Langzaam danst zich op haar rug
een fragment van haar leven los
vliegt in de bomen naast haar

Het spinnend fluisteren van het blad
treedt in de traagheid van de pedalen
Om haar drooggemalen hoofd loom
een corona die schittert in de stroom
dan in haar ogen tot ze remt
voor een eend die oversteekt

De laatste vangst. (2002)

Een fuik in zwemmen,
het net om me heen draaien
en, niet meer terug te paaien,
vrijheid tussen de vissen,
voel ik al vinnen, een staart
van binnen wil er uit.

Nooit meer lucht
happen op het droge
liever levend water snappen
uit deze diepte waarin ik
ooit gedachten kiepte als
duistere bron voor later.

Het dringt reeds beide oren in
zingt tegen mijn trommelvlies
een laatste aria, dan slik ik
waterwoorden, mijn slokdarm
een fluitende orgelpijp.


De Izabel. (2003)

Over de prairie van Bush
galoppeert een Indiaanse Izabel,
ze verzamelt haar kudde
steekt de oceaan over.

Dapper geel paard,
laat je vele zusters vliegen,
witte staarten strepen trekken
in de blauwe hemel
verwarren het vliegverkeer
tot ver boven Bagdad,

waar bang gemaakte mensen
dagenlang
niet slapen
niet eten
waar leven optrekt met de dood,
waar tot zielen ingedroogde mensen
opstijgen uit de woestijn.

Laat ze zich vastgrijpen,
Izabel, aan al die blonde manen,
bij hun beschermgeest zijn.


Schoolstraat . (2004)

Mijn borst voelt 's nachts het duwen
tegen een oude sterke deur.
Verdwenen in het gat van Esscher
missen mijn voeten het trapportaal.

Mijn ogen, ik moet ze sluiten
om achter hoge ramen nog eenmaal
witte bloesems te zien wiegen.

Mijn oren, ik bedek ze beide, en
de kantinewagen rolt in de gang,
waar verse koffiegeuren zich
mengen met boenwas en vijftig
jaar verdampend onderwijszweet.

Mijn hart, het heeft een plekje
voor de barak, jouw stiefkind,
waar mijn handen ruzie zochten
met gordijnen en gevouwen muren.



Biografie:

Liesbeth Ulijn (1950) is docente sociologie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Met heer eerste gedichten werd ze in 1997 tweede bij de Nijmeegse literatuurprijs. Haar rederijkersrefrein ‘De opgewekte zandloper’ was in 2002 genomineerd voor de literaire prijs van de Provincie Gelderland.

Najaar 2007 verscheen bij uitgeverij Kontrast, Oosterbeek, haar gedichtenbundel 'de Windhapper', ISBN 978-90-78215-41-7.

Liesbeth woont in Nijmegen, maakt deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Poëziepuntgl en is lid van schrijfgroep 'Delete'.

LiesbethUlijn@planet.nl
Belangstelling ? Bel 024/ 3562225
of E-mail: info@hetblauwevenster.nl
home