Ethyleen-cyclus
De volgende cyclus is gaande in de bodemholtes van een gezonde bodem:
- De afvalstoffen van planten activeren het microbiologische bodemleven
- De micro-organismen gebruiken de aanwezige zuurstof in de bodem en creëren,
vnl. in de rhizosfeer (directe omgeving van de plantenwortel waar een
verhoogde biologische activiteit aanwezig is), een anaerobische (zuurstofloze)
situatie in de bodemholtes
- In normaal beluchte, niet verdichte bodem, is ijzer aanwezig in geoxideerde,
onoplosbare vorm (Fe+3) en is dan niet opneembaar voor planten.
In een anaerobische situatie reduceren deze geoxideerde ijzerkristallen
naar hun tweewaardige, oplosbare vorm Fe+2. Deze reductie vindt
overigens geen plaats als er veel nitraten (NO3-)
aanwezig zijn zoals in de moderne landbouw veel voorkomt. Het voorkomen
van ammoniak (NH4+), de natuurlijke vorm waarin
stikstof aanwezig is in oude bossen, heeft geen invloed op deze reductie.
- Oude plantenbladeren die op de grond vallen, verteren en produceren een soort
voorganger van ethyleen. De gereduceerde ijzerkristallen reageren nu
hiermee en vormen ethyleen. In de moderne landbouw worden de meeste van
deze bladeren verwijderd en daarmee ook de ethyleenproductie.
- De productie van ethyleen stopt de microbiologische activiteit tijdelijk. Dus
ook de aerobische pathogene (ziekteverwekkende) bacteriën worden inactief.
- In normale omstandigheden zijn negatief-geladen voedingsstoffen als fosfaten,
sulfaten en veel spoorelementen aanwezig in onopgeloste vorm. Ze zijn dan
o.a. gebonden aan geoxideerd ijzer en niet opneembaar voor planten. In
deze vorm kunnen ze ook niet wegspoelen. De andere essentiële,
positief-geladen, voedingsstoffen (zoals kalium en calcium) zijn gebonden
aan klei- en humusdeeltjes. Gedurende anaerobische omstandigheden in de
bodemholtes breekt de ijzerverbinding af en komen de voedingsstoffen
beschikbaar voor planten. Ook het gereduceerde ijzer lost op in het in de
bodemholtes aanwezige water. In hoge concentraties zullen deze
gereduceerde ijzerionen de positief-geladen voedingsstoffen die aan het
negatief-geladen klei-humus complex gebonden zijn vervangen, zodat ook
deze voedingsstoffen beschikbaar komen voor planten. Samenvattend kan
gezegd worden dat in anaerobische bodemholtes voedingsstoffen beschikbaar
komen voor planten vlakbij het wortelsysteem waar ze nodig zijn. De
voedingsstoffen in de aerobische bodemholtes iets verder van de wortels
vandaan blijven in onopgeloste vorm aanwezig, veilig tegen uitspoeling.
- Als de opgeloste voedingsstoffen weg spoelen uit de anaerobische bodemholtes
zullen daar door geoxideerd ijzer weer gebonden worden. De andere
voedingsstoffen zullen zich weer binden aan het klei-humus complex.
- Omdat de microbiologische activiteit gestopt was komt er weer langzaam zuurstof
binnen in de bodemholtes van de rhizosfeer. De restjes ethyleen
verspreiden zich door de bodem en er is weer een aerobische situatie
ontstaan.
- De microbiologische activiteit komt weer op het normale niveau en de cyclus
is voltooid.
Methoden om de zuurstof-ethyleen cyclus te stimuleren:
- Planten die de ethyleenproductie stimuleren zijn oa.: Grassen van het geslacht
Phalaris, Chrysanten,
- Organische plantenresten moeten teruggegeven worden aan de bodem, vnl. de oudere
delen. Deze stimuleren het bodemleven en leveren de voorganger van
ethyleen die nodig is voor de cyclus. Het is het beste om de groenresten
bovenop de bodem te leggen i.p.v. ze in te graven.
- De bodem zo min mogelijk verstoren
- Als er bemesting wordt gebruikt kan het beste stikstof in ammoniak vorm (NH4+)
gebruikt worden in (verschillende) kleine hoeveelheden.
- Plant niet al te veel planten die weinig ethyleen voorganger produceren zoals de
vlinderbloemigen.
Terug naar de beginpagina over permacultuur.