Multidimensionaal ontwerpen

Grens-effect

Op de grens van twee ecosystemen gebeurt meestal meer dan in de afzonderlijke ecosystemen. De soorten van beide ecosystemen kunnen er n.l. voorkomen en er zijn ook soorten die specifiek gespecialiseerd zijn in een bepaald overgangsgebied.

Vaak zijn grensgebieden, zoals een bosrand, daardoor productiever dan de afzonderlijke ecosystemen. Gradiënten, geleidelijke overgangen, bevatten meer verschillende soorten plekken en zijn daardoor meestal nog productiever. Een abrupte overgang tussen land en water via een beschoeiing of tussen bos en weiland is een gemiste kans. Er zouden daar nog oeverplanten of halfschaduwplanten kunnen groeien.

Het kan dus lonend zijn om de grenzen tussen verschillende soorten gebieden zo lang mogelijk te maken door ze in gebogen lijnen te laten lopen i.p.v. recht. Het is bijvoorbeeld nuttig om het grensgebied tussen looppad en border of groentebed te vergroten doordat juist daar de meeste aandacht is voor planten.

Wanneer je invloeden van buitenaf wilt beperken, bijvoorbeeld kweek van de buren of kou buiten een huis, moet je de omtrek juist zo klein mogelijk houden.

Gelaagdheid

Een goed voorbeeld van een gelaagde begroeing is een bos. Daar is een strooisellaag van afgevallen blad en plantenresten. Daarboven een kruidlaag van lage één- en meerjarige planten (bv. salomonszegel).Vervolgens een struiklaag (bv. appelbes, sneeuwbes), lage bomen (lijsterbes, vuilboom, vogelkers), hoge bomen (berk, eik) en ertussen klimplanten (bosrank, klimop).

Op deze wijze wordt optimaal gebruik gemaakt van de aanwezige ruimte. Daarnaast wordt heel efficiënt gebruik gemaakt van de beschikbare hoeveelheid licht omdat de verschillende lagen op verschillende tijdstippen in blad komen. Een voorbeeld van gelaagdheid onder grond zijn de verschillende worteldiepten van planten. De biodiversiteit van de tuin kan ook door gelaagdheid sterk vergroot worden doordat er behalve meer planten ook veel meer diersoorten kunnen leven.

Stel je een natuurlijk bos voor met bomen, struiken, klimplanten, kruiden, paddestoelen en allerlei relaties met de organismen die er leven. De geproduceerde hoeveelheid plantaardig materiaal is geweldig en vraagt geen enkele arbeid van ons. Vergelijk dit eens met het gigantische energiegebruik voor een monocultuur van bloemkool. Via kruising hebben kwekers uit wilde kool een bloemkool kunnen kweken.Zou het niet evenzo mogelijk zijn om de wilde eetbare bosplanten door te kweken tot, nog steeds sterke, maar ook productieve en voedzame planten? Zo zouden we een bos verkrijgen dat voornamelijk uit gecultiveerde voedselplanten bestaat.

Wanneer we ons hierdoor laten inspireren en onze moestuin als een gelaagd bos proberen in te richten komen we terecht bij de Forest Garden, een begrip dat geïntroduceerd en uitmuntend gedemonstreerd is door Robert Harp. Je kan bijvoorbeeld onder hoge bomen vlier of hazelnoot planten en onder de gewelfde groeiwijze van deze struiken halfschaduwplanten zoals kruisbesstruiken. Als kruidlaag kan je kiezen voor daslook, roze winterpostelein en bosaardbeien. Op een warme, zonnige plek zou er als klimplant nog een kiwi gebruikt worden. Een goed ontworpen Forest Garden kan ons van voedsel voorzien met een minimum aan werk.

Successie

Het ontwikkelingsproces van de begroeiing van kale, verstoorde grond tot de uiteindelijke (spontane) vegetatie noemen we successie. In de natuur komt geen langdurig braakliggend land voor behalve in woestijnen. Woestijnen zijn overwegend ontstaan door roofbouw, wat tot onvruchtbaarheid leidde. Alle niet-steriele grond zal vanzelf begroeien met planten.

Om een inzicht te krijgen in de beheerwerken in je tuin, is het belangrijk de vegetatie-ontwikkeling te kennen. Er wordt aangenomen dat alle natuur in Nederland spontaan evolueert naar bos.

We onderscheiden in successie volgende hoofdfases:

  • de pioniersvegetatie
  • graslandvegetatie
  • ruigtekruidenvegetatie
  • bosvegetatie
  • Door de schoffelen kunnen we een pioniersvegetatie, zoals bij de gangbare moestuin, in stand houden. Dit kost relatief veel werk omdat pioniers zijn aangepast om snel te groeien en het pioniersstadium een relatief korte fase in de successie is. De vaste planten uit de permacultuur passen in de fase van de ruigtekruiden en vragen minder werk. Als de bodem goed bedekt is, is er weinig ruimte meer voor eenjarige pioniers en grassen.

    Het is ook verstandig om niet te proberen planten uit verschillende successiestadia naast elkaar te gebruiken omdat deze een verschillend soort onderhoud vereisen. Een eenjarige vraagt ieder jaar verstoorde grond om zaden te laten kiemen en vaste plant verlangt onverstoorde grond. Ook kunnen eenjarigen niet goed concurreren met vaste planten en vragen daarom meer aandacht.

    We kunnen successie ook gebruiken door zelf de planten in te planten die passen in het huidige successiestadium. Tussen net aangeplante fruitbomen kunnen bijvoorbeeld nog eenjarigen gezaaid worden. Daarna kunnen er vaste planten tussen gezet worden, die meer of minder schaduw verdragen. Weer later kunnen er bijvoorbeeld bessenstruiken uit de bosrand ingezet worden en weer later eventueel klimplanten of schaduwminnende soorten.

    Stapelen in tijd en ruimte

      
    Pompoenen in de hoogte. In een tipi-trellis van hazelaarsstokken nemen pompoenen minder horizontaal oppervlak in.

    Het idee hiervan is om zo efficiënt gebruik te maken van tijd en ruimte en zoveel mogelijk nuttige gewassen te planten. Door de hoogte in te gaan hebben we minder oppervlak nodig. Juist in kleine tuinen kan dit cruciaal zijn. Gelaagdheid is een ander voorbeeld van stapelen in de ruimte.

    Het natuurlijke bos inspireert ons ook tot stapelen in de tijd. Voordat de bladeren van hoge bomen schaduw op de bodem werpen zijn er nog allerlei lage planten die van het nog aanwezige zonlicht profiteren en in deze periode hun jaarlijkse cyclus voltooien. Daslook verdwijnt bijvoorbeeld in juni weer onder de grond en heeft dan al uitgezaaid. Daarna nemen andere planten deze ruimte in. In de moestuin maken we gebruik van dit principe via voor- en nateelten. Maar dit idee kunnen we optimaliseren door al nieuwe planten te zaaien voordat de oude geoogst worden. Op het moment van oogsten hebben de nieuwe planten al blad en staan klaar om de ruimte in te nemen en de grond weer te bedekken.

    Terug naar de beginpagina over permacultuur.