Natuurlijke bodem
In permacultuur proberen de bodem zo dicht mogelijk bij zijn natuurlijke toestand
te houden, onder andere via de twee onderstaande principes.
Minimale Grondbewerking
Eén van de zwaarste klussen in de moestuin is het omspitten
voor de winter, een onnatuurlijk proces om de in het jaar ontstane verdichting
van de bodem weer ongedaan te maken. In permacultuur nemen we de bosbodem als
voorbeeld waar zonder spitten een bodem met prachtige, losse, humusrijke
structuur ontstaat. Het geheim hiervan is een constante bodembedekking van
afgevallen blad en andere organische resten. Deze plantenresten voeden het
bodemleven dat voor een constante vertering tot humus en voor een goede
bodemstructuur zorgt. De afstervende plantenwortels en de gangen van de
bodemorganismen zorgen voor een goede doorluchting en drainage.
In de permacultuur wordt dan ook zo weinig mogelijk grondbewerking
toegepast. Behalve dat het ons werk bespaart zijn hiervoor nog de volgende
argumenten:
- Verstoring van bodemleven voorkomen.
80% van de bodemorganismen leven in de bovenste 5 cm grond en de meeste
daarvan zijn essentieel voor een gezonde bodem: ze breken vers organisch
materiaal af en zetten dit om tot humus; ze maken minerale voedingsstoffen
beschikbaar voor planten; ze verbeteren de bodemstructuur doordat ze een
soort gel produceren waardoor bodemdeeltjes aan elkaar plakken; ze leggen
stikstof, koolstof en zwavel uit de lucht vast; ze kunnen bijdragen aan de
plantgezondheid door plagen van ziekteverwekkers te voorkomen. De meeste
bodemorganismen zijn actief in de rhizosfeer, de omgeving tot 1.5 mm rond
de plantenwortels, omdat plantenwortels stoffen afscheiden die
micro-organismen stimuleren en voeden. Veel van de bodemorganismen sterven
echter af door spitten en ploegen. Twee voorbeelden van belangrijke
bodemorganismen zijn:
- Aardwormen.
Ze zijn cruciaal voor de bodemvruchtbaarheid van gematigde streken. Ze
trekken afgestorven plantenresten die op de bodem liggen de grond in,
eten deze op in hun gangen en scheiden een mengsel af van klei, kalk en
verteerde organische stof. Ze brengen ook voedsel van de onderste
grondlagen naar boven. Daarbij verbeteren hun gangen de drainage,
doorluchting en doorwortelbaarheid.
In gezonde grond zijn tot 2 miljoen wormen per hectare aanwezig. Dit komt
overeen met 1500 kg/ha. In chemisch bewerkt land zijn het er tot 20
kg/ha. Er zijn altijd meer wormen in permanent grasland dan in akkerland,
meestal tenminste 10x zo veel.
Grondbewerking is de voornaamste reden van dalende populatiegroottes
omdat:
- Het door overmatige oxidatie de hoeveelheid organische stof, het voedsel van
de wormen, verkleint.
- De machines of werktuigen wormen verwonden of direct doden.
- Het ze zichtbaar maakt voor roofdieren zoals met name vogels.
- Wormengangen worden verwoest
- De structuur van de bodem verandert van de structuur waaraan ze aangepast
zijn.
- Groenresten verdwijnen in de bodem terwijl wormen ze juist boven op de bodem zoeken.
- Mycorrhiza.
Dit zijn wortelschimmels die in symbiose met de meeste planten leven. Met
name fosfor, dat meestal in gebonden vorm in de bodem aanwezig is, wordt
door deze schimmels opneembaar gemaakt voor de plantenwortels. De opname
van andere voedingsstoffen wordt eveneens in balans gehouden. Ook de
wateropname door planten en de ziektebestendigheid van de plant wordt
beter. In feite wordt het wortelsysteem van de plant verfijnd en
uitgebreid. De schimmel krijgt van de plant energie in de vorm van
koolhydraten terug. In het hele proces zijn ook vele andere
micro-organismen betrokken. Bomen en vooral de coniferen zijn vaak erg
afhankelijk van mycorrhiza’s. De kruisbloemigen zijn een van de weinige
families die geen mycorrhiza’s hebben.
Grondbewerking benadeelt de wortelschimmels sterk en het kan jaren duren
voor ze weer in oude hoeveelheid aanwezig zijn. Inoculeren kan helpen als
er geen wortelschimmels aanwezig zijn, maar dan moet wel de juiste soort
gebruikt worden. Het beste is om ongestoorde grond uit de omgeving te gebruiken.
Kunstmest of opgeloste fosfor vermindert de activiteit van de schimmels
waardoor de relatie slechts parasitair zou worden. Mycorrhiza’s zijn het
enige alternatief voor niet-duurzaam gewonnen chemische fosfaatmest.
- Overmatig beluchten voorkomen.
Door grondbewerking ontstaat een snelle oxidatie waardoor voedingstoffen
versneld verteren, vrijkomen en uitspoelen of vervliegen. Ook wordt de
zgn. ethyleen-cyclus verstoort waardoor
ziekmakende bacteriën vrij spel krijgen.
- Verdichting en verslechtering van de bodemstructuur voorkomen.
Dit kan ontstaan bij grondbewerking tijdens te droge of te natte
omstandigheden.
- Kieming voorkomen van in de grond aanwezige zaden van ongewenste kruiden.
In de natuur wordt onbedekte, verstoorde bodem meestal snel weer bedekt
door vnl. 1-jarige pioniersplanten. Het dan ook een eindeloos proces dat
veel energie kost om ongewenste kruiden te voorkomen met bijvoorbeeld
schoffelen. Juist pas omgewoelde grond biedt de ideale omstandigheden aan
pioniers voor ontkieming. In de permacultuur maken we daarom liever
gebruik van handmatig wieden omdat dit de bodem minder verstoort en
daardoor minder kieming van nieuwe ongewenste kruiden geeft. Nog beter is
het voorkomen van ongewenste kruiden via een goede
bodembedekking.
In de natuur wordt de bodemverbetering gedaan door de
beplanting en de dieren in de bodem. Dit kan echter lang duren en om op korte
termijn de structuur van de bodem te verbeteren kan het zinvol zijn om in de
eerste jaren bodembewerking (zoals ploegen, frezen of spitten) toe te passen.
In deze periode kan het ook nuttig zijn om goed verteerde organische stof
(compost of verteerde mest) of
eventueel groenbemesters de bodem in te werken. Daarna zou het echter niet meer
nodig moeten zijn. Zo mogelijk moet bodemomkering, waarbij de bodemlagen en de
daarin levende micro-organismen gemengd worden, voorkomen worden. Voor sommige
gewassen, zoals wortels, kan echter een jaarlijkse lichte grondbewerking
voordelig zijn. Grondbewerking kan het best aan het begin van de herfst, net na de eerste regen, maar
nooit in bevroren of kletsnatte grond, uitgevoerd worden. Mest doorspitten of
op de bodem toevoegen kan het beste in de lente, dit voorkomt onnodige
uitspoeling. Grondverbetering op zware grond kan een flink aantal jaar duren en
vereist het toevoegen van heel veel organische stof.
Het beste is een oppervlakkige grondbewerking waarbij de
diepere lagen losgebroken worden zonder de grondlagen door elkaar te werken en
daarmee het bodemleven te verstoren. In de tuin kan dit door met een (stalen)
spitriek steeds zo diep mogelijk in de grond te steken en naar achteren te
trekken zodat de grond een beetje opent. Voor wat grotere oppervlakken (tot 0,4
ha) is een grelinette handig.
 |
   |
 |
| Bedden van ongeveer 1.2 meter breed voorkomen dat erop gelopen hoeft te worden. |
|
Gemalen houtskool is een ideale bodemverbeteraar vanwege het grote inwendige oppervlak.
Daardoor kan het veel vocht en voedingsstoffen binden. Foto gemaakt bij Sualma Permacultuurtuinen in Swalmen. |
Als er eenmaal een goede bodemstructuur is worden de volgende
methoden gebruikt om deze te behouden of verder te verbeteren:
- Er wordt niet op de grond gelopen. Er worden bedden gemaakt met looppaden
eromheen. De breedte van de bedden is zodanig dat er met de hand vanaf
beide zijden nog gemakkelijk tot in het midden gereikt kan worden. Meestal
voldoet een breedte van 1.20 meter.
- Grondbewerking via de wortels van planten. Dit kost tijd maar geen energie. Gebruik 2- of
meerjarigen met flinke wortels die na de bloei afsterven. Laat de
afgestorven wortels in de grond zitten voor vertering. Wortels van zieke
planten kunnen beter verwijderd worden.
- Bodembedekking. Dit is zo’n uitgebreid onderwerp dat het hierna apart besproken wordt.
Bodembedekking
In de natuur komt onbedekte grond nooit lang voor, het is
een onstabiele situatie en een slechte basis voor een gezond en divers
plantenleven. Er zullen heel snel, meestal 1-jarige, pioniers gaan groeien die
de bodem voorbereiden voor een volgende successiefase. In de permacultuur
proberen we, weer geïnspireerd door de natuur, kale, onbedekte grond te
beperken om de volgende redenen:
- Kieming en groei van ongewenste kruiden te voorkomen door lichtgebrek.
Een van de voorwaarden voor de groei van planten is licht. Hoe meer we de
grond bedekken en het licht tegenhouden, hoe minder kruiden er zullen
groeien. Maar volledige preventie is geen noodzaak. Ook een dunnere laag
zal de groei van ongewenste kruiden al behoorlijk verminderen en tot een
acceptabeler niveau terug kunnen brengen.
- Waterverdamping via het oppervlak voorkomen. Veel van het water in de grond verdwijnt door
verdamping via het bodemoppervlak. Door de capillaire werking wordt bij
verdamping, via kleine kanaaltjes in de bodem, water van diepere lagen
omhoog gezogen waar het vervolgens verdampt. Schoffelen kan de capillaire
werking verstoren en daarmee verdamping voorkomen, maar het verstoort ook
de bodem en dat is juist wat we willen voorkomen.
- Biologische activiteit stimuleren.
Een gezonde bodem is een bodem die leeft. Een goede bodembedekking van
afgestorven plantenresten voedt dit bodemleven. Hieronder zijn veel
nuttige schimmels en bacteriën die essentieel zijn voor gezonde planten.
Ook wordt door het bodemleven de structuur van de bodem verbeterd en de
humusvoorraad op peil gehouden. Ook nuttige dieren zoals kikkers vinden
een schuilplaats onder een bodembedekking.
- Organische voedingsstoffen toevoegen
Met een bodembedekking kunnen voedingsstoffen aan de bodem toegevoegd
worden. Met name groene plantenresten, zoals bladeren of gras, bevatten
nog veel voedingstoffen. Droge plantenresten bevatten vaak relatief veel
koolstof en kunnen daarmee organische stof in de grond brengen en de
bodemstructuur daarmee verbeteren. Het is voldoende en juist gewenst om de
plantenresten op de bodem te leggen. Dit is de manier waarop het in de
natuur ook werkt en waaraan het bodemleven is aangepast. Wormen trekken,
vooral groene, plantenresten de
grond in waarna deze via hun lichaam afgebroken worden. Het andere
bodemleven verteert deze resten verder tot voor de plant opneembare vorm.
- Verdichting door neerslag tegengaan.
Neerslag in de vorm van regen of hagel is een belangrijke veroorzaker van
het dichtslempen van de bovenlaag van de bodem. Hierdoor kan een
ondoorlatende laag ontstaan voor lucht en water en de structuur van de
bodem verslechteren. Vooral in de herfst en winter kunnen slagregens de
structuur van de bodem flink verslechteren en een winterbedekking zou hier
veel goed doen.
- Isolatie in de winter
Een dikke laag bodembedekking van grof materiaal kan een isolerende
luchtlaag vasthouden boven de bodem die in het voorjaar nog kan resulteren
in een paar graden hogere bodemtemperatuur. Hierdoor kunnen planten een
groeivoorsprong krijgen.
- Bodemerosie
Door regen kunnen opgeloste voedingstoffen in de bodem uitspoelen.
Watererosie treedt echter vnl. op door water dat over het bodemoppervlak
spoelt en niet eens zozeer door infiltratie. Infiltratie is vaak
onmogelijk door de slechte bodemstructuur die o.a. weer veroorzaakt wordt
door regendruppels op kale grond. Daarnaast kan door de wind de bovenste
laag vruchtbare grond wegwaaien. In de V.S. is 1/3
van de grond sinds Columbus al op de zeebodem terecht gekomen. In Europa
wordt geschat dat door huidige landbouwpraktijken de opbrengst de komende
100 jaar 1/3 zal verminderen door bodemerosie. 40
ton/ha/jaar bodemverlies is normaal in Groot-Brittanië op 5-15% van de
landbouwgrond. De gemiddelde bodemvorming is 0,2 ton/ha/jaar… De kosten
buiten de boerderij zijn nog het grootst: verzout water, overstromingen
met modderwater, vervuiling in waterpartijen, moeilijkere en duurdere
drinkwaterzuivering. In de permacultuur proberen we de bodemerosie onder
het niveau van bodemvorming te houden. Dit kan door organische stof in de
bodem te brengen, maar gaat vnl. door de bodem bedekt te houden.
Er zijn een paar nadelen aan het gebruik van een bodembedekking:
- Ook gewenste zaden kiemen en groeien niet. Hiervoor kan je de bodembedekking
of rijen ervan tijdelijk weghalen. Ook kan je hele plantjes verplanten in
gaten in de bodembedekking. Maar jonge plantjes zijn een eenvoudige prooi
voor de slakken die onder de bodembedekking kunnen leven.
- De bodem warmt langzamer op in het voorjaar. Hiervoor kan je in het voorjaar,
een week of twee voordat er gezaaid gaat worden de bodembedekking
tijdelijk weghalen
- Lichte regens komen niet door de (droge) bodembedekking heen. Wanneer voordat de
bodembedekking toegepast wordt, de bodem door en door nat gemaakt wordt,
zal er netto meer water beschikbaar blijven door verminderde verdamping
dan door lichte regens die de bodem niet bereiken.
- De vertering van koolstofrijk bodembedekkend materiaal (zoals houtresten,
karton of stro) kan stikstof aan de bodem onttrekken. Dit komt echter na
verloop van tijd weer langzaam vrij als de bodemorganismen die de stikstof
hebben gebruikt afsterven.
- Een bodembedekking verschaft een schuilplaats voor schadelijke insecten of
slakken. Ook jonge plantjes die in plantgaten staan zijn nog erg kwetsbaar
voor vraat. Vooral in het voorjaar zijn slakken op hun piek. In natte
jaren kan het zelfs beter zijn om geheel geen bodembedekking te gebruiken.
Over het algemeen weegt dit nadeel echter niet op tegen de voordelen.
Slakken zijn overigens opruimers in de tuin en dus ook nuttige beestjes.
Ze eten bij voorkeur dode plantenresten en doen het voorwerk voor de
verdere vertering door andere bodemorganismen. Juist als er geen
afgestorven plantenresten zijn, zoals op kale bodem, gaan ze over op met
name de zwakkere en zachtere planten. Dus een lichte bodembedekking van
groene plantenresten kan slakken juist weghouden van onze kwetsbare
planten.
De volgende methoden worden gebruikt voor grondbedekking:
- Mulch
Dit is een laag van organisch materiaal dat over de bodem verdeeld wordt.
Het kan bestaan uit stro, karton, (kranten)papier, bladeren,
onkruidresten, gras, groenbemester, compost of zelfs oude plantaardige
weefsels. Geen materialen gebruiken met chemische gifstoffen erin. Ook
geen gekookte etensresten gebruiken, deze trekken ongewenste dieren als
ratten en muizen aan.
 |
   |
 |
| Minder gieten nodig door stro rond kastomaten |
|
Sommige planten groeien door een bodembedekking heen |
Karton houdt goed de meeste onkruiden en verdamping tegen, maar is na een
groeiseizoen wel verteerd. Een laagje stro of gras bovenop het karton kan
de bodembedekking visueel aantrekkelijker maken.
Stro is, indien lokaal beschikbaar, een goede en visueel aantrekkelijke
bodembedekker. Om een goede onkruidpreventie te bereiken moet de laag
ongeveer 8 cm dik zijn.
Voor zowel karton als stro wordt bij de vertering veel stikstof uit de
grond onttrokken door de bodemorganismen. Om te voldoen aan deze
stikstofvraag kan het nuttig zijn onder de laag een laag groenbemester aan
te brengen van gras, groen blad of onkruidresten.
Om de biologische activiteit te stimuleren en daarmee de grond te
verbeteren bestaan de beste bodembedekkende materialen uit een combinatie
van verse en gedroogde plantenresten.
Wormen trekken deze materialen de grond in voor vertering en de laag moet
daarom regelmatig aangevuld worden. Verse, groene plantenresten verteren
sneller dan droge zoals stro en moeten daarom vaker aangevuld worden.
Hiervoor kan een speciaal als groenbemester ingezaaid stukje grond dienen
met bijvoorbeeld smeerwortel. Met name de uplandse smeerwortel (Symphytum
x uplandicum) is hiervoor een goede en niet woekerende soort.
- Levende
bodembedekking van planten
Hierbij worden de tussen de gewenste planten andere planten gezet die de
bodem bedekt houden. Dit zal wel concurrentie opleveren tussen de planten
en ook de verdamping zal er door vermeerderd worden. De plantkeuze,
plantafstanden en zaai- en oogsttijdstippen spelen een belangrijke rol bij
deze vorm en worden verderop besproken bij het gedeelte over
polycultuur.
 |
   |
 |
| Een bodembedekking met oude shiitakestammetjes
is ook mogelijk |
|
Een doorlatende bodembedekking van stenen voorkomt
verdamping waardoor in droge gebieden, zoals hier in Zuid-Spanje, nog
planten kunnen groeien. |
- Stenen
In droge landen waar weinig organische materialen, maar wel veel stenen
beschikbaar zijn, kunnen deze ook gebruikt worden als bodembedekking. Ze
voegen geen voedingsstoffen aan de grond toe, maar hebben in die landen
wel de andere voordelen van een mulch.
- Plasticfolie
Het best kan zwart plastic gebruikt worden om zonlicht buiten te sluiten.
Als het plastic niet UV-bestendig is moet het bedekt worden voor een
langere levensduur. Plastics zijn voornamelijk nuttig om ongewenste
kruiden te voorkomen maar missen de meeste andere voordelen van een
bodembedekking. Ze kunnen wel handig zijn om de lastigste wortelonkruiden
als brandnetel, zevenblad, kweek en akkerdistel te doden. Daarvoor moet
het plastic wel zo’n 2 jaar blijven liggen. Haagwinde kruipt meter ver
onder de randen van het plastic uit, maar kan dan wel vrij eenvoudig van
de grond geraapt worden.
Plastics worden gemaakt van olie, niet gewonnen uit hernieuwbare bronnen,
en daardoor zijn het geen duurzame producten. Afvalrestanten uit de land-
en tuinbouw zouden gebruikt kunnen worden, maar geven aan die sector een
argument voor gebruik van plastics.
Het idee in de permacultuur is vooral materialen te
gebruiken die we voorhanden hebben. Als we plastic beschikbaar hebben gaan we
dus niet duur en weinig ecologisch stro van ver halen.
In de natuur komt de combinatie van eenjarigen of pioniers
en een bedekte bodem meestal niet vaak voor. Eenjarigen hebben verstoorde kale
grond nodig om te kiemen. Voor de bekende éénjarige moestuingroenten in
combinatie met een bedekte bodem zijn er de volgende mogelijkheden:
- Voorzaaien en verplanten tussen de bodembedekkende laag. Verplanten kost echter vrij
veel werk en is ook niet echt een natuurlijke methode. Voor planten die
zowieso (binnen) voorgezaaid moeten worden, zoals tomaten, is het echter
wel een goede optie.
- De bodembedekking één tot twee weken voor het zaaien geheel van de bedden
verwijderen en weer terugbrengen als de planten groot zijn. Het is
overigens altijd goed de bodembedekking in het voorjaar te verwijderen
zodat de grond op kan warmen.
- De bodembedekking alleen op rijen of bepaalde plekken verwijderen waarin
gezaaid worden. Het risico is wel dat de jonge planten een eenvoudige
prooi zijn voor slakken.
Toch zijn dit allemaal wat bewerkelijke en onnatuurlijke
methoden. In de permacultuur wordt daarom vaak gebruik gemaakt van
vaste eetbare planten. Wanneer we echter optimaal gebruik willen maken van de beschikbare
oppervlakte en daar iets meer tijd in willen steken is er niets op tegen om
eenjarigen samen
te gebruiken met vaste planten.