Planten voor permacultuur tuinen
Veel van de planten die in permacultuur ontwerpen gebruikt
worden hebben meerdere nuttige eigenschappen zoals eetbaarheid,
windafscherming, sierwaarde of houtproductie. De hieronder genoemde planten
zijn vooral geselecteerd op eetbaarheid en sierwaarde en passen daarom ook goed
in de meeste stadstuinen. Behalve de bekende fruitbomen en groentes, worden
vaak alternatieve planten gebruikt die minder last hebben van ziekten en plagen
of minder verzorging nodig hebben. Het zijn meestal planten die nog niet zolang
doorgekweekt zijn en daardoor nog dichter bij de natuur staan. Daardoor zijn de
vruchten of andere eetbare delen meestal niet zo groot als bijvoorbeeld bij de
gecultiveerde fruitgewassen. Hier zijn echter schone taken voor de kwekers
weggelegd.
Wanneer we zaden of planten kopen is het altijd zaak om te kiezen voor goede kwaliteit.
Gebruik bijvoorbeeld biologische zaden van oude rassen die geteeld zijn om in onze
omstandigheden ziektevrij te groeien.
Vaste Planten
In de permacultuur wordt vaak gebruik gemaakt van vaste planten. De voordelen hiervan zijn:
- Minder werk doordat ieder jaar zaaien en verplanten niet meer nodig is.
- Minder bodemverstoring.
- Vroege oogst in de lente. Vaste planten hebben een voorsprong doordat ze een
voedselvoorraad in hun wortels hebben opgeslagen en kunnen daardoor
sneller uitgroeien dan eenjarigen
- Minder last van vraatschade doordat ze sneller kunnen herstellen vanwege de
wortelreserves.
- Minder last van ziekten dan de gangbare, veelal zwakkere, groenten.
- De grondbedekking kan blijven liggen.
- Vaak dieper wortelende gewassen waardoor er opname van voedingsstoffen uit
diepere lagen mogelijk is.
Enkele nadelen van het gebruik van vaste planten zijn:
- Minder opbrengst per m2. Dit komt echter vooral doordat de huidige
kweek en selectie zich heeft gespecialiseerd in eenjarigen.
- Meer oogsttijd doordat er nu individuele bladeren geoogst moeten worden i.p.v.
de hele plant. Dit staat echter niet in verhouding tot de gewonnen tijd.
- Veel vaste planten verdwijnen in de winter onder de grond. In de winter zouden
dan eenjarige winterharde planten zoals kolen, veldsla en winterpostelein
gebruikt kunnen worden.
Het voordeel van vaste planten van het niet zelf hoeven zaaien
kan ook bereikt worden met zichzelf goed uitzaaiende een- of meerjarige
planten. De plek waarop deze planten zullen opkomen is dan niet precies van te
voren bekend en is niet altijd gewenst. Deze planten kunnen evt. verplant
worden.
Het is beter eenjarigen
niet met meerjarigen te mengen omdat deze planten heel verschillende
groeiwijzen hebben. Om in de tuin toch ruimte te geven aan spontaan opkomende
gewassen kan het lonend zijn plekjes onbedekt te houden voor zichzelf
uitzaaiende en spontaan opkomende planten. Een klein stukje kan zo dan
intensief gebruikt worden voor eenjarigen, zoals de meeste gangbare groenten.
De rest van de tuin, waar we minder tijd voor hebben, kan dan voor vaste
planten gebruikt worden.
Tips voor het toepassen van vaste planten zijn:
- Zorg dat bodem vrij is van woekerende planten(wortels), zoals kweek en
zevenblad, voordat de vaste planten geplant worden. Daarna is het moeilijk
nog woekeraars te verwijderen.
- Gebruik de juiste plantafstand.
- Het kan lonen planten voor te zaaien en pas te planten als ze groot genoeg
zijn om weerstand tegen slakkenvraat te bieden.
Voorbeelden van goede eetbare vaste planten(als er niets
bijstaat kunnen de betreffende plantendelen zowel rauw, gekookt/roergebakken
gegeten worden):
Dropplant - Agastache foeniculum: de (jonge) blaadjes
smaken naar drop/anijs
Daslook - Allium ursinum: de bladeren smaken naar
knoflook maar zouden niet de voor knoflook typerende slechte adem geven.
Vaste ui - Allium cepa ‘Perutile’: bladeren en
bollen. Het is alleen ook een slakkenlekkernij
Wilde kool - Brassica oleracea: kort levende vast
plant, bladeren te gebruiken als kool
Brassica oleracea ‘Tree Collards’: vaste
koolachtige, tot 2m. hoogte, bladeren eetbaar als kool
Grote Hardvrucht - Bunias orientalis: bladeren voor
salades, rucola-achtige, scherpe smaak
Camassia quamash: bollen gekookt/gebakken
Kruipklokje - Campanula poscharskyana: blad en
bloemen
Cichorei - Cichorium intybus: bladeren voor
wintersalade, ietsje bitter maar erg gezond. Cichorei kan ook goed als
mineralenpomp gebruikt worden.
Zweedse kornoelje - Cornus canadensis: bessen
Zeekool - Crambe maritima: bladeren
Aardpeer - Helianthus tuberosus: knollen. Kan in de winter
geoogst worden. Heeft woekerende neigingen. Er blijven zelfs na oogsten altijd
wel een paar knolletjes over die voor de oogst van het volgende jaar zorgen.
Daglelie - Hemerocallis sp.: bloemen rauw, jonge lentescheuten
gekookt en de knollen gekookt.
Houttuynia cordata: bladeren zouden scherpe, maar
frisse, sinaasappelachtige smaak hebben.
Muskuskaasjeskruid - Malva moschata: bladeren en
bloemen voor in salades
Citroenmelisse - Melissa officinalis: bladeren voor salades
of thee
Roze winterpostelein - Montia sibirica: bladeren en bloemen voor in salades
Roomse kervel - Myrrhis odorata: bladeren smaken
zoet, voor in salades
Bamboe - Phyllostachys aurea: jonge scheuten, P.
dulcis is zoeter maar slechts matig winterhard
Snoekkruid - Pontederia cordata: zaden rauw of
gekookt als rijst, notige smaak, jonge bladeren en bladstengels
Rabarber - Rheum rhaponticum, R.
Undulatum: bladstelen, bevat oxaalzuur dus met mate eten.
Minste oxaalzuur als stengels tussen de 10 en 35 dagen oud zijn. Meeste
oxaalzuur zit onder in de stengel bij het voetje, dus hierboven afsnijden.
Kleine pimpernel - Sanguisorba minor: bladeren smaken
als komkommer, voor in salades
Smeerwortel - Symphytum officinalis, S. x
uplandicum: jonge bladeren met mate eten
Viooltje - Viola sp.: bloemen en bladeren
Wanneer we een- en tweejarigen gebruiken is het handig om te kiezen voor
soorten die sterk zijn, lang geoogst kunnen worden of zichzelf goed uitzaaien. Dit
bespaart ons werk.
Enkele voorbelden hiervan zijn.
Warmoes - Beta vulgaris: bladeren kunnen hele jaar
geoogst. Sterke plant, weinig ziekten.
Komkommerkruid - Borago officinalis: bladeren en
bloemen in salades, smaken naar komkommer
Goudsbloem - Calendula officinalis: bloemen in
salades. Bloemen trekken ondere andere de nuttige zweefvliegen aan. Wortels
zouden aaltjes verdrijven.
Winterpostelein - Claytonia perfoliata: wintergroene
saladeplant
Rucola/Zwaardherik - Eruca vesicari: bloemen
en bladeren
Zonnebloem - Helianthus annuus: zaden
Lupine - Lupinus albus ‘Kiev’, L. mutabilis: zaden
12-24 uur wellen en een paar keer water verversen om de bittere giftige
alkaloïden te verwijderen. Kunnen net als sojabonen gebruikt worden. Stikstof
bindend.
Pastinaak - Pastinaca sativa: witte wortelen
kunnen in winter geoogst.
Postelein - Portulaca oleracea: bladeren en zaden in
salades
Veldsla - Valeriana locusta: wintergroene saladeplant
Hertshoornweegbree - Plantago coronopus: bladeren
in salade
Rode tuinmelde - Atriplex hortensis subsp. rubra: bladeren: bladeren in salade
Bomen/struiken:
Krenteboom - Amelanchier lamarckii: donkere bessen.
A. alnifolia is een kleine struik, maximaal 2mtr, met grote vruchten.
Erwtenstruik - Caragana arborescens: rijpe zaden
eetbaar, eiwitrijk, koken net als bonen, jonge peulen als groente gebruiken,
blauwe verf van de bladeren, stikstofbindend
Berberis sp.: bessen. Cultivars met goede
vruchten: Berberis aristata, B. buxifolia (B. b. ‘Nana’ geeft
vrijwel geen vruchten), B. darwinii heeft de beste vruchten!, B. x
lologensis (‘Mystery Fire’ is erg productief) vrucht ljjkt op B. darwinii.
Japanse sierkwee - Chaenomeles sp.: gekookte vruchten worden smakelijk
Gele kornoelje - Cornus mas: rode bessen
Cornus kousa: bessen eetbaar, daarnaast prachtige bloemen en herfstkleur
Hazelnoot - Corylus avellana: noten
Crataegus schraderiana, C. pensylvanica:vruchten
Kweepeer - Cydonia oblonga: vruchten , gekookt te
gebruiken voor o.a. jam.
Olijfwilg - Eleagnus macrophylla, E. x ebbingei:
vruchten. Stikstof bindend
Bergthee - Gaultheria shallon: vruchten (G. procumbens is niet lekker)
Mahoniestruik - Mahonia aquifolium: vruchten. Hoe
langer de vruchten hangen hoe beter de smaak. Kan in begin laxerend zijn.
Andere Mahonia’s hebben ook eetbare vruchten
Mispel - Mespilus germanica: vruchten. Pas als de
vruchten helemaal bruin zijn en bijna rot worden zijn ze lekker.
Rozen - Rosa sp.: bloemen en bottels. Pas op alleen het
vruchtvlees, de buitenkant van de bottel, is eetbaar, de zaden daarbinnen
bevatten vaak irriterende haartjes.
Vlierbes - Sambucus nigra: bloemen en bessen
Taxus baccata: Oppassen! Bladeren en met
name de zaden zijn dodelijk giftig. De rode bessen zijn echter prima eetbaar en
lekker zoet. De zaden wel uitspugen!
Winterlinde - Tilia cordata: jonge bladeren
Vaccinium sp.: bessen. Goede soorten: Blauwe bes, Trosveenbes - Vaccinium
corymbosum, blauwe bosbes - Vaccinium myrtillus, Rode
Bosbes, Vossebes - Vaccinium vitis-idaea, Vaccinium praetans
Ongewenste Kruiden
Wanneer de zgn. ‘onkruiden’ in onze tuin met een ander oog
bekijken worden het hoogstens ongewenste kruiden. Meestal kunnen we er meer nut
toekennen dan we dachten:
- Zo zijn er veel spontaan opkomende kruiden in onze moestuin eetbaar:
vogelmuur, brandnetel, paardebloem, dovenetel, weegbree, knopkruid,
veldkers, herderstasje, etc. Pas echter goed op met giftige planten die op
eetbare planten lijken: tuinwolfsmelk, hondspeterselie, vingerhoedskruid,
etc. Voor meer voorbeelden van eetbare planten zie hieronder.
- Ze houden voedingsstoffen vast en voorkomen dat deze uitspoelen naar diepere
lagen. Door na het wieden de kruiden op de bodem te leggen kunnen ze
verteren en komen weer beschikbaar voor andere gewenste planten. Zo
functioneren ze als groenbemester en houden daarnaast de bodem bedekt en
stimuleren het bodemleven. Probeer te voorkomen dat er zaad bij zit, zeker
als dit zaad van lastige onkruiden zijn. De bodem zit normaal gesproken
vol met zaden van ongewenste kruiden, dus een paar zaden van 1- of
2-jarigen erbij kunnen niet zoveel kwaad. Zeker niet als de bodem bedekt
blijft en niet verstoord wordt. Sterk woekerende onkruiden kunnen
eventueel gedood worden door ze in een zwarte zak in de zon te hangen
zodat ze verdrogen. Daarna kunnen ze als mulch gebruikt worden.
- Ze vergroten de diversiteit in de tuin en daarmee versterken ze een
natuurlijk evenwicht. Ze trekken, met name tijdens de bloei, insecten aan
waaronder veel nuttige.
Ook enkele beruchte onkruiden hebben positieve
eigenschappen. De bladeren van de brandnetel zijn prima eetbaar en bevatten
veel goede voedingsstoffen. Ook de bloempjes zijn eetbaar. Van de oudere
planten is een heel goede vloeibare meststof te maken door ze te laten
fermenteren in water. Dit laatste geldt ook voor heermoes. De meeste
biologische moestuinboeken bevatten wel een goede beschrijving hiervan.
De bladeren van zevenblad zijn goed eetbaar en net als spinazie te gebruiken.
Onkruiden met een stevige penwortel zoals zuring of
paardebloem kunnen we gebruiken als een soort
mineralenpomp door alleen de bladeren af te plukken en deze als mulch te gebruiken. De
overgebleven wortel zal snel weer nieuwe bladeren produceren.
Inheemse planten mogen niet zomaar in het wild geplukt
worden. Wanneer ze in grote hoeveelheden groeien kan het geen kwaad wat te
oogsten, maar sommige planten zijn beschermd en mogen zelfs dan niet geplukt
worden. Bestel ze liever via een erkende kweker of gebruik wat er in je tuin
spontaan opkomt...
Voorbeelden van eetbare
wilde planten (zonder nader bijschrift kunnen de betreffende plantendelen zowel
rauw of gekookt/roergebakken gegeten worden):
- Look-zonder-look
- Alliaria petiolata: bloemen en bladeren smaken naar knoflook
- Grote klis - Arctium lappa: wortels, oudere wortels koken
- Melde - Atriplex sp.: bladeren
- Zwanebloem - Butomus umbellatus: knol, worteltjes verwijderen en koken. De
plant is beschermd en mag dus niet in het wild geplukt worden!
- Melganzevoet - Chenopodium album: bladeren als spinazie. Bevat (net als
spinazie) oxaalzuur, dus met mate eten.
- Brave Hendrik - Chenopodium bonus-henricus: bladeren gekookt, met mate
- Grote, smalle weegbree - Plantago major, P. lanceolata: jonge bladeren en
zaden
- Kaal Knopkruid - Galinsoga parviflora: bladeren, stengels en bloemen
- Kleefkruid - Galium aparine: jonge scheuten en bladeren als spinazie en in
soep. Geroosterde zaden als koffievervanger
- Witte Dovenetel - Lamium album: bloemen en bladeren in salades of zoals
spinazie.
- Riet - Phragmitis autralis: wortels, vooral de jongere, jonge scheuten
voordat zich bladeren vormen. Als de stengels breken/scheuren komt er een
zoete dropachtige substantie uit
- Vogelmuur - Stellaria media: gehele plant. Zachte smaak, gehele jaar oogstbaar.
- Paardebloem - Taraxacum officinale: bloemen en bladeren
- Veldzuring - Rumex acetosa: jonge bladeren, bevat oxaalzuur dus met mate eten
- Pijlkruid - Sagitaria sagittifolia: knol, gekookt als aardappel, minder
bitter als schil verwijderd na koken
- Melkdistel - Sonchus oleraceus: jonge blaadjes met zachte smaak voor in salade. Iets
oudere blaadjes gekookt.
- Witte klaver - Trifolium repens: bloemen rauw, bladeren als spinazie.
Stikstof bindend.
- Rode klaver - Trifolium pratense: bloemen rauw, bladeren als spinazie.
Stikstof bindend. Niet onder kruisbessen gebruiken herbergt een mijt die
bessen vroeg laat vallen.
- Lisdodde - Typha latifolia, T. angustifolia: wortels rauw of gekookt als
aardappels, jonge scheuten, gepelde stengel van volwassen exemplaren,
onvolwassen bloemstengels smaken als zoete mais. Zaden klein, maar notige
smaak als geroosterd.
- Beekpunge - Veronica beccabunga: hele plant is mals en knapperig voor in
salades.
Wilde planten kunnen beter niet vlak naast de weg of op
andere vervuilde terreinen geplukt worden als ze voor voedsel gebruikt worden.
Pas bij oever- of waterplanten op voor gevaar van levervorm als planten
in/langs weilanden met vee groeien. Dan kan je ze beter koken.
Terug naar de beginpagina over permacultuur.