Soms stuit je op recepten die niet echt in een categorie in te delen zijn. Die stop je dan maar bij "Diversen", totdat er alsnog een voor de hand liggende categorie boven komt drijven.
Wederom een recept van mijn oom Bram.
1 zak verse boerenkool of 1 pak bevroren boerenkool
1 zak verse spinazie of 1 pak bevroren spinazie
ongeveer 20 sjalotjes, heel als ze klein zijn, half als ze groot zijn; moeten dus "bijt" afmeting zijn
1 ui, bepaal zelf de grootte maar, wat je lekker lijkt
1 schijf selderij knol, in blokjes gesneden
2 grote aardappelen, in blokjes gesneden
250 gram roomkaas
zout
peper
3 verse worsten, eigenlijk hoeveelheid te bepalen naar grootte van worsten en voorkeur, rookworst is natuurlijk ook goed te gebruiken
gerookt spek in blokjes
naar keuze gestampte aardappelen
Was de spinazie, verwijder harde stukjes en verkleurde blaadjes. Stroop de boerenkool, was in ruim water, verwijder verkleurde bladeren. Snij of breek in kleine stukjes. (Tip: Bevries de gewassen boerenkool in een plastic zak, daarna samenpersen en de boerenkool zal in kleine stukjes breken van juist de goede afmetingen.)
Plaats deze ingrediënten in een grote pas met aanhangend water en breng langzaam aan de kook. Voeg de klein gesneden ui, de aardappelen, selderijknol, zout en peper toe en net tegen de kook aanhouden tot de aardappelen en selderijknol gaar zijn. De groenten zullen dan ook gaar zijn.
De "trick" is om het allemaal gaar te krijgen en geen vocht over te houden. Het "aanhangende" water is meer dan voldoende en in de meeste gevallen te veel. Een mogelijkheid is om het overbodige vocht te verwijderen en in te koken, het kan daarna weer toegevoegd worden aan de massa.
Voeg, wanneer alles gaar is, de roomkaas toe en roer die langzaam door de groenten.
Terwijl dit allemaal gebeurt worden de verse worsten in heet water geweld, afgedroogd en met het spek langzaam gebakken. Voeg ook de sjalotjes toe en probeer vooral om ze heel te houden gedurende het bakken. Het bakken van de worstjes en de sjalotjes neemt ongeveer dezelfde tijd als de groenten.
Snij de worstjes in schijven en voeg met de sjalotjes voorzichtig toe aand e groenten. (Sjalotjes heel houden.)
NAAR KEUZE:
Plaats de mixture in een ovenschotel, bedek met gestampte aardappelen en geef het een bruin kleurtje. (Beetje boter helpt.)
Een volgend recept dat ik zo gauw nergens anders wist te parkeren is:
We hebben ooit met vrienden Japans gegeten, heel erg bijzonder, heel erg lekker, maar knap prijzig. Zo om ons heen kijkend en ruikend kregen we het idee dat we misschien zelf ook iets in elkaar konden zetten dat door Japanners ongetwijfeld net eens als Japans herkend zal worden, maar dat we niet eens echt vies vonden. Maar authenticiteit wordt dus niet geclaimd.
U maakt dit dus aan tafel klaar, bij voorkeur in een wat diepere koekepan (bij een gewone gaat het nogal gauw over de rand heen). En dan is het wel authentiek (OK, min of meer authentiek) als u het in van die Cinese soepkommen serveert, en uw gasten het met eetstokjes naar binnen laat werken. (Kommen en chopsticks te verkrijgen bij de toko.)
diepe koekepan
elektrisch kookplaatje
soepkommen en chopsticks
1 chinese kool
1 pak rijstmie
750 gram rosbief, in dunne plakjes
1/2 liter kippenbouillon (mag van een blokje)
flesje ketjap asin (dat is de zoute variant, van Conimex)
een plastic tafelzeil is nuttig wegens enig kliederen onvermijdelijk zijn
drank: zie hieronder
Die rosbief moet dus in plakjes van 2 mm dik gesneden worden. Leg het daartoe eerst een uurtje in het vriesvak, en gebruik dan een loeischerp mes. Nog beter: zoek een rustig moment uit, kijk uw slager lief aan en vraag hem of hij het voor u op de snijmachine wil doen. Het helpt hier als u een mooie jonge vrouw bent. Snij de chinese kool in reepjes van 1 cm breed. Schik vlees, kool en mie een beetje leuk op een platte schaal.
Zet het kookplaatje op tafel. Warm de bouillon op in een steelpannetje. Voeg een flinke scheut ketjap toe.
Laat de bouillon in de koekepan aan de kook komen, en leg er een hoeveelheid plakjes vlees, kool en mie in. Per charge moeten ze een minuut of 2, 3 koken. Vis met eetstokjes er nette hoeveelheden uit en drapeer dat in soepkommen. Kijk vervolgens hoe uw gasten zitten te worstelen om het naar binnen te krijgen.
Dit is een tamelijk tijdrovend proces, maar dat is juist gezellig. Die bouillon zal in de loop van de tijd wat indikken door verdamping; alsdan gewoon wat kokend water toevoegen.
Ad drank: hier kunt u heel goed thee bij drinken. Mocht u dat te braaf vinden, en saké uw begroting te boven gaan: wat dacht u van een fles of wat Duitse Moezelwijn? Die warmt u op een een steelpannetje, en als u dat dan in een stenen karaf op tafel zet lijkt het bijna net echt, ongeveer. Als u niet te nauwkeurig proeft, bedoel ik.
Dit zou bij een rijsttafel kunnen worden gegeven, maar als "gewoon" groentegerecht voldoet het ook prima.
Hier is een wok (zo'n rond, bol geval dat u op een ring op het gas zet) wel handig voor, maar met een koekenpan gaat het ook. (En voor grotere hoeveelheden gebruiken we gewoon een braadpan.) Wat voor groenten u gebruikt hangt van het seizoen af, maar een geschikte combinatie zou zijn: witte kool (in reepjes), broccoli (in kleine roosjes), wortelen (in enige aansprekende vorm gesneden), champignons (in plakjes), en taugé. In totaal moet u op zo'n 750 gram rekenen. O ja, en u hebt een eetlepel of 3 ketjap nodig. En een eetlepel of 2 olie, uiteraard.
Ik kan me voorstellen dat u er ook wat reepjes varkensvlees in betrekt, maar nodig is dat niet.
U snijdt alles in de gewenste grootte en spoelt het af. Wel de diverse soorten scheiden qua hardheid: de kool en de wortelen moeten het langst, en dan de broccoli, dan de champignons, en de taugé op het laatst. En als er vlees in zit, begint u daarmee. U verhit de olie (moet flink heet zijn), en schommelt die door de wok totdat het hele oppervlak bedenkt is. Dan voegt u, met niet al te grote hoeveelheden tegelijk (anders koelt de olie teveel af) de diverse spullen toe, onder regelmatig omscheppen. Als alle groenten erin zitten, de ketjap toevoegen.
In theorie zou het een kwestie moeten zijn van enkele minuten bakken, maar de praktijk is dat de kool toch wel een minuut of 10 tot 15 moet sudderen. Maar dat is een kwestie van gewoon doorwerken, en als de taugé heet is, is de kool gaar.
Een leuk smaakaccent krijgt u door er wat fruit bij te doen: een perzik, in stukjes, of reepjes mango. (Ik kan me voorstellen dat dit een mooie manier is om leftovers te verwerken.)
Serveren met gekookte rijst, en sambal d'r bij.
In kookboeken komt u onder de naam gado gado meestal veel fraaiere dingen tegen, waarbij de diverse groenten netjes apart geschikt zijn op een bedje van rijst. Dit is, het zal u niet verbazen, een versimpelde en vergrofde versie. We plegen er gewoon een gekookt ei bij te leveren, en pindasaus. Geschikt om in grote hoeveelheden te maken. Zeer stevige kost.
1 pak snelkook-zilvervliesrijst
een halve witte kool
3 grote uien
2 winterwortelen
een paar stengels bleekselderij
4 teentjes knoflook
beetje zout, olie
U begint met de diverse groentes schoon te maken en fijn te snijden. Hou de bleekselderij apart, want die is eerder gaar en moet er dus later bij. Zet de rijst op volgens de gebruiksaanwijzing op het pak. Neem een grote braadpan en maak daar wat olie in heet. Bak vervolgens (in een paar charges, anders koelt de olie te veel af) de groente een paar minuten. Deksel op de pan en rustig een minuut of 20 laten sudderen, het steekt niet op een minuut. Knoflook ook ergens tegen het eind erboven uitpersen.
Die suddertijd kunt u mooi gebruiken om de pindasaus te maken, en per persoon een ei hard te koken. (Kijk, daar heb je het nou: zo'n recept met "ondertussen hebt u dat-en-dat gemaakt".)
Als de rijst gaar is, giet u hem af en roert hem door de groente. Pindasaus en eieren erbij, en de meeste mensen zullen wat ketjap en sambal op prijs stellen. Weest u niet te krap met de pindasaus, onze ervaring is dat die hier nogal aftrek vindt.
Dit is nogal een geduldwerkje: u moet namelijk in het voorbereidende traject aardappels schillen en koken, een tomaten-plus-gehaktsaus maken, de aubergines bakken, en een béchamelsaus maken. Maar het resultaat is zeer de moeite waard! Met dank aan Marleen.
(Vermoedelijk ten overvloede: dit is ook weer zo'n recept waar tientallen variaties op bestaan. De crux zit hem in de combinatie aubergines en aardappelen, en in de meeste versies komt u ook wel de béchamelsaus tegen. Officieel schijnt het met lamsvlees te moeten, maar het mag ook best vegetarisch.)
pakweg 1 kilo aardappels
1 grote aubergine of 2 kleintjes
300 gram gehakt
1 ui
1 blik tomaten
blikje tomatenpuree
flinke scheut rode wijn
paar takjes verse munt
paar sprietjes peterselie
wat kaneel
scheut olijfolie
100 gram margarine
paar eetlepels bloem
150 gram geraspte kaas
zo'n kwart liter melk
1 ei
peper, zout
ovenschaal
en een oven
U begint met de aardappels te schillen, te wassen, in plakken te snijden en op te zetten met wat zout. Zo, die staan op. Ze moeten een minuut of 10 tot 15 koken, niet langer want ze worden in de oven nog wel wat verder gaar en ze moeten sowieso wat stevig blijven. Afgieten en apart zetten.
Who's next: de aubergine(s). Wassen, in plakken snijden en door bloem wentelen. (Gewoon, bloem op een bord strooien en daar elke aubergine doorheen slieren.) Dan in de koekenpan in flink wat olijfolie bakken tot ze mooi goudbruin zijn. Moet u wel even bij blijven, want ze zijn tamelijk gevoelig, terwijl het op een vrij hoog vuur moet wil het goed ogen. Elk plakje verdient aparte aandacht. Vuur uit, en rustig op hun beurt laten wachten.
Dan de tomatensaus. Ui snipperen. Gehakt in een pan uitbraden, en dan de ui erbij. Paar minuten fruiten, dan de tomaten erbij. Die min of meer fijnhakken. Tomatenpuree erbij en de zaak een tijdje laten sudderen. Munt en peterselie in stukjes snijden en erbij. Kaneel ook erbij. Scheut rode wijn erdoor is geen vies idee.
Zo ongeveer nu de oven voorverwarmen.
Tenslotte de béchamelsaus. Boter in een pannetje smelten, de bloem erdoor roeren, gaar laten worden, dan op een vrij laag vuur een scheut melk erbij, roeren tot glad, volgende scheut, weer roeren, etcetera. dan de kaas erdoor. Aan de kook laten komen, wel steeds roeren, en doorgaan tot de kaas gesmolten is. Als dat zo ver is, vuur uit, en het ei erdoor roeren.
Dan de integratiefase. Overschaal goed met margarine invetten (doe ik altijd gewoon met mijn vingers), en dan beginnen met een laagje aardappels, dan een laagje aubergine, laagje tomatensaus, laagje aardappels, laagje aubergine, laagje tomatenprut. Daaroverheen de béchamelsaus. Dan mag de zaak wel een uurtje de oven in, aanvankelijk met het deksel erop.
U zult gemerkt hebben dat u zo langzamerhand flink wat afwas veroorzaakt hebt. Het is niet anders, toch maar even flink zijn. En als dat gebeurd is hebt u een glaasje van die wijn verdiend. (En tijdens het proces mag dat ook best.)
Na een uur even checken, desnoods deksel eraf en nog een minuut of tien een mooi korstje laten krijgen. Voorzichtig uit de oven halen en op tafel zetten (want het is werkelijk gloeiend heet) en minzaam de complimenten in ontvangst nemen.
Professionele oliebollen zijn mooi rond en middelbruin. Amateurs-oliebollen zijn donkerbruin en hebben allemaal rare uitstulpingen, stijl enge hemellichamen uit science-fictionfilms.
Dit werkt het beste met een elektrische frituurpan. Hebt u die niet dan werkt een gewone handmatige frituurpan ook. U zit dan wel met het bepalen van de temperatuur: de juiste temperatuur hebt u als een druppel water die u erin gooit begint te spetteren. Bij een elektrisch geval is het gewoon de knop op 180 graden zetten.
Maar zover zijn we nog niet, er is eerst flink wat werk te verzetten.
1000 gram zelfrijzend bakmeel
9 dl lauwe melk
theelepel zout
250 gram krenten
500 gram rozijnen
4 goudreinetten
4 eieren
mixer
ijsbolletjestang
olie om in te frituren
frituurpan
poedersuiker
badschuim
Eerst doet u de krenten en rozijnen in een vergiet en wast u ze onder de kraan. Laten uitlekken. Dan spreidt u een schone theedoek uit op het aanrecht, en daar spreidt u de krenten en rozijnen op uit. Theedoek eroverheen vouwen, en droog rollen. Theedoek uitvouwen en heel zorgvuldig de losse steeltjes er uit pikken. Verder goed controleren op kleine steentjes, of u kunt de kerstgratificatie besteden aan de tandartsrekening. Krenten en rozijnen apart zetten.
Vervolgens schilt u de goudreinetten. In stukjes snijden en (afgedekt) apart zetten. Tenslotte de melk in een steelpan verwarmen tot lauw.
Dan neemt u een hele grote pan (of een emmertje, maar dat dan wel eerst even schoonmaken) en daar doet u het zelfrijzend bakmeel in plus het zout, plus de eieren. Steeds een scheut melk toevoegen en mixeren tot het ongeveer egaal is. Wel regelmatig omscheppen, anders houdt u hoeveelheden ongemengd bakmeel in de randen over. Doorgaan tot alle melk op is. Dit is redelijk zwaar werk, dus neem af en toe even een blaasje.
Dan de appel en rozijnen + krenten erdoor roeren. Even apart zetten op een redelijk warme plaats, afgedekt met een theedoek, bijvoorbeeld naast de verwarming. (Niet dat het echt nodig is, maar ik kan me voorstellen dat u intussen toe bent aan een kopje koffie.) Het resultaat moet dus een echt dik beslag zijn. Mocht het te dun worden, dan kunt u de zaak redelijk redden door er wat zelfrijzend bakmeel doorheen te mengen, maar dat moet dan wel met kleine beetjes tegelijk gebeuren.
Frituurpan vullen met slaolie en opstoken tot 180 graden. Haal wel het frituurmandje eruit, want anders kleeft het beslag daaraan vast wordt het een puinhoop. Bakje water klaarzetten om de ijsbollentang steeds in te zetten.
Dan steeds een schep beslag opscheppen en in de pan deponeren. Ze moeten ongeveer 8 tot 10 minuten bakken, maar dat hangt ook een beetje van uw voorkeur af. Theoretisch zouden ze halverwege zelf op het idee moeten komen zich om te draaien, maar in de praktijk hebben ze enige aansporing van uw kant nodig.
Bak niet teveel tegelijk: ze moeten los van elkaar kunnen draaien, en anders daalt de temperatuur ook teveel. In een normale maat frituurpan zullen het 6 tot 8 stuks per charge zijn. De gerede oliebollen laat u even uitlekken, en dan legt u ze in een slakom met op de bodem een paar velletjes keukenrol.
Als u klaar bent, toch even de moeite nemen om de zaak af te wassen, anders zit u later met een berg aangekoekte spullen. Daarna zelf in bad of onder de douche. En voorzichtig met vuurwerk.
Alias "appelflappen", en eerlijk gezegd heb ik ze ook onder deze naam leren kennen. Maar Irene heeft gelijk, de correcte naam is "appelbeignets".
Het komt hier vooral aan op beslag van de juiste dikte. Dat moet namelijk aan alle kanten om de schijven appel heen zitten. Het moet ongeveer zo dik zijn als yoghurt.
paar goudreinetten
een appelboor
zelfrijzend bakmeel
melk
suiker
frituurpan
olie om te frituren
wat poedersuiker staat er wel leuk op
Exacte hoeveelheden zijn niet echt te geven, I'm sorry. Maar wat u aan beslag overhoudt kan, met wat melk een beetje verdund, heel goed tot pannenkoek verwerkt worden.
Stook de frituurpan op tot 180 graden, haal met mandje eruit. Meng in een kom zelfrijzend bakmeel (begin met 2 ons of zo) en melk (gewoon scheutgewijs) tot een zo glad mogelijk beslag van de dikte van yoghurt. Eetlepel suiker erdoor. Prik de appelboor door de appels heen, schil de appels en snij ze in plakken van ongeveer een centimeter dikte.
Leg een plak appel in het beslag en wentel hem met twee vorken er door heen. Leg hem voorzichtig in de hete olie. U zult altijd het gevoel hebben dat het weer niet gelukt is een mooi egaal beslaglaagje te hebben. In de praktijk valt dat echter reuze mee, dus wanhoop niet. Leg niet teveel tegelijk in de pan, ze moeten enige ruimte hebben. Draai na een minuut of twee de flappen om. Reken op een minuut of vier baktijd, maar dat hangt ook af van de dikte van de appel, de viscositeit van het beslag, de temperatuur van de olie, en uw eigen voorkeur. Ze moeten de kleur van een zongebruinde huid hebben.
Laat ze even uitlekken op keukenpapier. Het lekkerst zijn ze natuurlijk als ze nog warm zijn, met een beetje poedersuiker erop.
Een lekker taartje, maar u moet wel rekening houden met enige gasvorming in de volgende nacht en ochtend. Theoretisch zou u dit met een gewone deegkorst moeten maken, maar dat is nogal een klus, en met plakjes bladerdeeg gaat het ook prima. Qua hoeveelheid: ik geef het hier als een redelijk stevig voorgerecht voor 4 personen, maar hoeveel het precies wordt hangt af (uiteraard) van hoeveel u erin stopt. Het tijdsbeslag valt wel mee, maar hij moet zeker een half uur in de oven staan. Ook hier: dank aan Marleen voor het experimenteren.
Hoewel ik het niet uitgetest heb, neem ik aan dat dit ding zich tot het bakstadium van te voren laat klaarmaken, en dan hoeft u het alleen nog in de oven te zetten. Aangezien u dan begint met een afgekoeld iets, zult u er een paar minuten langer voor moeten nemen. Aan de andere kant van het traject: ik denk dat een klare preitaart het wel een paar minuten in een afkoelende oven uithoudt, maar dat zou toch niet langer dan een minuut of tien moeten duren, anders verpietert hij.
10 plakjes bladerdeeg
bloem om te bestuiven
2 eetlepels olie
circa 750 gram prei
blikje mais
zout, peper
verdere kruiderij naar smaak
1 ei
100 gram geraspte kaas
1 dl melk
margarine om in te vetten
springvorm van zeg 20 cm doorsnee
deegroller
en natuurlijk een oven
Voorbereidende stappen: plakjes bladerdeeg uitspreiden op het aanrecht en laten ontdooien. Over opstoken tot 225 graden. Prei in ringen snijden en een tijdje in een afwasteil laten weken. Daarna goed doorhusselen, uit het water vissen en in een vergiet laten uitlekken. Springvorm goed invetten met margarine. Kaas raspen en met ei en melk door elkaar klutsen.
Dan gaan we de plakjes bladerdeeg ontdoen van het plastic velletje. Een stukje werkblad voorzien van een eetlepel bloem, het eerste plakje bladerdeeg ermee bedekken, en met de deegroller uitrollen tot ongeveer vier keer het oorspronkelijke oppervlak. (Het wordt ongetwijfeld een wat rommeling geheel, niets van aantrekken.) De bodem en zijkanten van de vorm bekleden, en een paar plakjes apart houden voor het deksel. Dit moet dus plakje voor plakje, het blijft eerzaam handwerk.
Verhit de olie in een grote pan en voeg de prei toe. Een paar minuten fruiten, het gaat erom dat de ergste scherpte eraf is, en dat een hoeveelheid vocht verdwenen is. (Anders wordt het eindresultaat gewoon wat erg nat. Mais toevoegen, die is al gaar dus dat hoeft maar even. Zout en flink wat peper toevoegen. Als u van naturel houdt, is het daarmee klaar. Zo niet, dan voegt u nog wat verdere kruiden toe. (Kijk zelf maar eens, we vinden zelf wat vaag-Oosterse toestanden wel lekker.)
Dan de vorm vullen met de groente. Daar de kaas-ei-melk overheen gieten, beetje evenredig verdelen. Dan de resterende plakjes bladerdeeg erop leggen, aan de randjes een beetje net instoppen. In de oven schuiven, en de kookwekker op 30 minuten zetten. Het gaat er vooral om dat de deegkorst aan de zijkanten en op de bodem een beetje bruin wordt. Echt goudbruin zal waarschijnlijk niet lukken door de hoeveelheid vocht, maar een beetje net geel is ok goed. Na die 30 minuten eens kijken hoe het er voor staat.
Als de zaak redelijk van kleur is, opdienen: langs de zijkanten lossnijden, springvorm openen en rand verwijderen. Bodem voorzichtig lossnijden, en de zaak in punten verdelen. Aannemelijk is dat het niet in echt mooie punten op de borden terecht komt, overigens. Gewoon niets van aantrekken.
Drinktip: aangezien dit ding toch Elzasser associaties opwekt, lijkt een glaasje Elzasser wijn, bijvoorbeeld Riesling, er niet vies bij. (Ik zou trouwens hard moeten nadenken om iets te bedenken waar Riesling wel vies bij smaakt. In dat geval, dat weglaten en het op alleen Riesling houden.)
Nu we toch op het thema "hartige taart" zitten: de ideale hartige taart heeft een knapperige deegkorst en een sappige inhoud. Dat is een vrijwel onleverbare combinatie. Van mevrouw J. de la B. kreeg ik de suggestie om tahu of tofoe te gebruiken in de vulling. Die blijkt het vocht redelijk vast te houden. Ze werkt zelf met kant-en-klaar deeg voor hartige taart, uit de diepvries, hetgeen tot goede resultaten leidt. Met één pakje deeg bekleedt ze twee springvormen, en meestal bakt ze twee tegelijk, waarvan er een de vriezer ingaat en bij gelegenheid in de magnetron wordt opgewarmd.
Mw. De la B. deed me twee recepten toekomen, een voor Griekse taart en een voor knolraaptaart. Gelet op haar schrijfstijl, hoef ik geen redactionele werkzaamheden te verrichten.
De 'saus', daar zit 'm de kneep in. Mijn variant: 1 ei, 1/2 blok tofu (naturel, 'n heel blok is ca. 400 gram), 1/2 pakje houdbare room (= 1 dl). Dit geheel in een ruime mengkom (moet straks nog meer bij) even met de staafmixer bewerken tot een yoghurtachtige consistentie. Ziehier dus ook de aanvullende verklaring voor altijd twee taarten in één keer, je houdt anders halfjes van alles over. Deze saus wordt gekruid met peper en zout en verder naar smaak en naar gelang de overige ingrediënten.
Een pak diepvries bladspinazie laten ontdooien (evt. magnetron) en in een zeef goed laten uitlekken c.q. het vocht er met een lepel uitdrukken. Gesnipperde ui (1 á 2) fruiten in een pietsie olijfolie, teentje knof erbij uitknijpen als de uien vrijwel klaar zijn. Verder nodig: 1 plak harde fetakaas en iets van zaadjes, voorkeur pijnboompitten of (minder begrotelijk) zonnebloempitten of sesamzaadjes. De spinazie, ui, knof en verkruimelde feta gaan door de saus, verse peterselie is daar ook lekker bij maar niet onmisbaar. Even omscheppen om te mengen en in de (met deeg beklede) springvorm doen. Bestrooien met de zaadjes en eventueel een handje geraspte kaas (ook weer niet onmisbaar).
Bakken in 25 á 30 minuutjes op 180/190. Deze komt bij ons altijd in voorbeeldige punten op tafel, de bodem is mooi droog en de vulling loopt niet weg. Het zal er wel aan liggen dat de saus snel en relatief stevig bindt. En die tofu, daar proef je verder hoegenaamd niets van maar het is wél gezond (tegen botontkalking, dames, en overgangsklachten) en het is eiwitrijk en vetarm (niet onbelangrijk naast de vettigheid van de room). Qua vulling zijn aan de fantasie natuurlijk geen grenzen gesteld, gooi er gewoon in wat je toch al lust.
Het vorige recept wordt geacht hier herhaald en ingelast te zijn (zoals juristen zeggen), met dien verstande dat voor de alinea aanvangende met "Een pak diepvries..." en eindigende met "...weer niet onmisbaar wordt gelezen:"
Een knolraap (zeer ondergewaardeerde groente, 'recessiebestendig' ook) in hele kleine stukjes snijden (formaat erwtje) en een forse winterwortel ook. In de koekenpan spekjes (150 gr. of zo) iets uitbakken, knol en peen meefruiten, verder ui en knof, naar smaak (niet te verlegen) en toch wel bijna een eetlepel kerriepoeder. Het hoeft nog niet gaar te zijn maar het 'rauwe' moet er een beetje af. Verder zoals te verwachten mengen met de saus, in de beklede springvorm, eventueel een handje geraspte kaas eroverheen en hop de oven in.
Mevrouw De la B. voegt hier nog aan toe dat eventuele overgeschoten punten dermate stevig blijken te zijn dat ze in koude toestand meegenomen kunnen worden naar kantoor. "Enig nadeel: hongerige blikken van collega's."
Wij zitten (op dit moment) met grote broodeters, wat tot gevolg heeft dat er flink wat kapjes overblijven. Een mooie methode om daar wat mee te doen is dit gerecht. Niet superverfijnd, om precies te zijn 1/nouvelle cuisine. Exacte hoeveelheden zijn niet te geven. Het laat zich goed in het vooruit maken, en dan in een overschaal opwarmen. In dat geval gaat het kaas-ei-mengsel er overheen als het de oven ingaat. Maar het kan ook in een braadpan, en dan gewoon door elkaar roeren.
flink wat oud brood
spekblokjes
uien
witte kool
wortel
bleekselderij
blik tomaten
desgewenst knoflook
1 of 2 eieren
geraspte kaas
De groente fijnsnijden. Het brood in stukjes snijden of scheuren, al naar gelang hoeveel geduld u hebt. Kaas alvast raspen. Spekblokjes uitbakken, dan uien, kool, wortel en bleekselderij erbij, en even laten bakken. (Als het te droog wordt, beetje water erbij.) Dan het blik tomaten opendraaien, erbij kiepen en de tomaten in stukjes hakken. Knoflook, indien van toepassing, erboven uitknijpen. Even checken op zoutheid en zo, misschien dat er nog wat zout en peper bij mag. Dan het brood erbij, en een kwartier of zo sudderen. (Het steekt niet op een minuut, maar die harde groenten hebben toch wel even nodig om gaar te worden.)
In een kommetje het ei losroeren, kaas erbij en door elkaar roeren.
In de braadpan-versie: ei-kaas-prut erdoor roeren, een paar minuten laten doorprutten om het ei gaar te krijgen, en opdienen. In de overschaal-versie: prut in schaal, ei-kaas eroverheen, en in de oven ermee. De zaak is al grotendeels gaar, dus het gaat alleen om de bovenste laag.
Het resultaat ziet er op het eerste gezicht tamelijk grof uit. Maar het smaakt dusdanig dat het een regelmatige verschijning op onze tafel is. (We houden er geen score van bij, maar ik denk dat dit in onze top-10 voorkomt.)
Dit valt dus onder de noemer "restverwerking". In dat verband wil ik u het volgende citaat niet onthouden: "The most remarkable thing about my mother is that for 30 years she served the family nothing but leftovers. The original meal has never been found." (Calvin Trillin) Aangetroffen op www.foodreference.com. Als u toch aan het surfen bent, zeker een bezoekje waard.
Ik zag een tijdje geleden een Britse TV-kok (ben even vergeten wie het was, niet Jamie Oliver, want de cameraman hield zijn gereedschap redelijk stil en horizontaal) iets maken dat er simpel doch leuk uit zag. Een berg groente plus vlees in een ovenschaal, laag aardappelpuree erover, tijd in de oven, klaar.
De vraag wat er onder die laag hoort is daarmee nog niet beantwoord. En dat blijft zo, want een rondje googelen leidde tot een veelheid aan mogelijkheden (84.000 hits...). Sommige auteurs beweerden dat het alleen geldig was met lamsvlees, anderen waren daar soepeler in. Qua groente: ik kreeg de indruk dat uien, wortelen en doperwtjes best vaak voorkwamen, maar ook hier is ruimte voor eigen intiatief.
Wij deden het met blikjes Vlaams Stoofvlees van de Nettorama, maar die zijn vrij lastig te krijgen. Het lijkt me dus typisch iets voor overgeschoten varkenslappen of runderlappen. (Kwestie van wat royaal braden, een deel voor dag 1, het andere deel voor later.)
Diverse groente in niet al te kleine stukken snijden, uien even bakken, overig spul koken, niet al te gaar want het gaat nog een tijd in de over. Aardappelpuree maken zoals elders op deze site beschreven.
Groente in een ingevette overschaal doen, vlees plus wat jus erover, puree erover, misschien nog een paar plakjes kaas er bovenop. Een paar drupjes worcester(shire)saus over de groente maakt een zeer Angelsaksische indruk.
Tot zo ver kunt u de zaak voorbereiden, en dan wegzetten tot nodig. Qua tijd in de oven: dat duurt altijd wel even, zeg zeker 30 minuten op 200 graden, ook afhankelijk van of u met een koud of enigszins warme toestand begint. Echt eten voor thuiskomen-eten-en-weer-wegwezen is het dus niet. Maar u kunt ondertussen wel wat anders gaan doen. (Er zijn ook auteurs die vinden dat het typisch iets voor 2-fasen-koken is.)
En wat de spelling betreft: ik kwam "shepherds pie", "shepherds' pie" en "shepherd's pie" tegen. Soms zelfs meerdere spellingswijzen in het zelfde recept, zoals bij Helen, die er geruststellend bij schrijft "in fact, I actually know MEN who can make a passable shepherds' pie! :-)" Als slachtoffer van de Nederlandse spellingsvoorschriften zou ik zeggen dat het "shepherd's pie" moet zijn, aangezien een kudde slechts één herder pleegt te hebben. Zie de oeverloze onzin over koninginnesoep versus prinsessenboontjes.
Dit werd me toegezonden door mevrouw A.J. Enige research leerde me dat de term "tagine" (ook gespeld als "tahine") zowel betrekking heeft op de stoofpot als op het gerecht zelf. Ik laat haar weer graag aan het woord:
"De tagine malsoequa is een tunesisch ramadan-gerecht. dat, na zonsondergang natuurlijk, op tafel van de rechtgeaarde moslim verschijnt.Het is, naar mijn mening, een prachtig resultaat mert heel weinig moeite, en daar doen wij, klunzen het toch om, nietwaar?
Men neme:
1 pak filodeeg uit de diepvries. (250 gram)
300 gram lams- of rundergehakt (lams is echter!)
1 ui, 1 prei of twee lernteuitjes
1/2 theelepel kaneel
mespunt saffraanpoeder of 'n paar saffraandraadjes
6 eieren losgeklopt met wat water
100 gram jonge kaas in reepjes
50 gram geraspte oude kaas of 150 gram pittig belegen kaas in reepjes
1 potje witte bonen, afgespoeld en uitgelekt
peterselie
olijfolie om in te smeren.
Het gaat zo:
uitje en prei fijnsnipperen. Gehakt rul bakken in eigen vet. Prei en ui erbij (knoflook mag er ook bij), laten pruttelen.
Peper en zout naar smaak toevoegen.
Springvorm(niet te groot) invetten en overlappend beleggen met de plakjes filodeeg die steeds worden ingesmeerd met een kwastje olijfolie. De rand laten overhangen zodat straks de vulling kan worden bedekt.
De losgeklopte eieren( op een eetlepel na) mengen met de kruiderij, het gehakt en de kaassoorten. tot slot de bonen toevoegen.Alles in de springvorm doen en bestrooien met gehakte peterselie (ik denk dat er ook munt in kan of andere mediterrane kruiden.)
De vulling toedekken met de overhandende filodeeg en als er nog plakjes niet gebruikt zijn, kunnen die artistiek over de top worden gedrapeerd. Met het restje ei bestrijken. 20 minuten in een oven van 200 graden mooi goudkleurig bakken. (alles is al gaar hoeft dus alleen maar een korstje van het filodeeg te vormen).
Even een toelichting over de vorm. Recept is voor vier personen. Als je een grote vorm neemt, wordt het een plattere koek, als je een wat kleinere vorm neemt, wordt het een hogere taart. Naar keuze dus.
Heerlijk met mediterrane salade zoals pomodori of kruidensla. Van mij mag er een glas médoc of chateauneuf bij maar of dat mag van Allah.....?"
Ten aanzien van de laatste volzin: van mij wel.
Zoals met meer gerechten bij ons thuis, is dit het product van eigenwijzigheid en recherchewerk. Marc had dit een keer bij iemand gegeten, en was er enthousiast over. Dus toen hebben we het een keer met zo'n pakje mix gemaakt. En toen uitgebreid besnuffeld wat er in zat. En een rondje Google, op zoek naar de grootste gemene deler. Dat is: gehakt, ui, appel, banaan, kerrie, terwijl rozijnen en abrikozen ook vaak voorkomen. Resterend punt: wat voor soort gerecht is het eigenlijk? Het komt uit Zuid-Afrika, daar zijn we het over eens. Maar wordt gepresenteerd als een soort ovenschotel ("curry meat loaf") en daarmee als een redelijk "vast" iets, maar in onze visie kan het ook een dikke saus zijn. Afijn, kijkt u zelf maar, we vonden het in elk geval zeer smakelijk.
350 gram gehakt
paar uien
2 of 3 bananen
2 appels
theelepel kerrie
snuifje cayennepeper
100 gram rozijnen
scheutje sinaasappelsap (optioneel)
zout
scheutje citroensap
eetlepel maizena
Uien snipperen, appels schillen en in stukjes snijden. Gehakt in een pan met redelijk dikke bodem uitbraden tot grijzige korrels, op de bekende wijze. Uien erbij, paar minuten bakken. Appels erbij, bananen in plakjes en erbij, rozijnen erbij. Afhankelijk van de gewenste dikte wat sinaasappelsap erbij, en afhankelijk van de gewenste dikte wat (met een eetlepel water aangemaakte) maizena erbij. Zout, citroensap, cayennepeper en kerrie toevoegen, regelmatig even proeven of het niet te heftig wordt. Klaar.
Dit werd me toegezonden door Katya W., die er een verzuchting bij uitte die mij, en wellicht ook u, bekend voorkwam: "Het valt trouwens nog niet mee om alles precies op te schrijven. Doorgaans rommel ik maar wat aan en mik er, al naar gelang, een tamelijk willekeurige hoeveelheid ingrediënten bij." Dat, beste lezer, is nu de kracht van de amateurkok. De downside is dan overigens wel dat het eindresultaat verrassingen kan bevatten. In een van de boekjes die ik een paar jaar geleden mocht schrijven ten gerieve van aspirant-amateurkoks blijkt aan het einde van het in een bepaald recept beschreven proces nog een ui over te zijn. Nog ik, noch mijn uitgever, noch de tekstredacteur die door mijn uitgever was ingehuurd, is het opgevallen...
Deeg voor hartige taart (een stuk of 6 blaadjes)
3 eieren
250 ml room (bij benadering)
Een pakje geraspte kaas (meer mag natuurlijk altijd)
Een redelijk stuk blauwe kaas (maakt niet uit wat; als het maar smelt)
Hamreepjes julienne (even opgebakken vind ik ze het lekkerst)
Preireepjes / Witlof in reepjes (de verhouding prei/witlof wisselt bij mij nogal. Ik zou zeggen; wat je zelf lekker vindt en wat er in de ovenschaal past.)
Peper/zout
Dille (vind ik lekker en haalt het scherpe van de prei een beetje weg.)
Niet zo moeilijk. Eieren en de room door elkaar, de rest van het spul erbij en in de quicheschaal doen die inmiddels is voorzien van de plakjes hartige taart deeg. Overigens druk ik die blaadjes gewoon aan in de ingevette schaal waardoor ze wat dunner worden. De randjes aan de bovenkant snijd ik er later gewoon af. Tja, ik houd niet zo van ingewikkeld gedoe met uitrollen van deeg. En zo werkt het net zo goed.
Ongeveer een 45 minuten In de oven (op 200 graden) maar voordat je de quiche eruit haalt; even met een satéprikker in het midden testen. Als deze schoon uit de quiche komt, is ‘ie klaar. Zo niet; nog even in de oven laten staan dus. Mocht je trouwens de bovenkant te bruin vinden, leg je er gewoon een stukje aluminiumfolie overheen.
Doet het altijd goed op feestjes, in leuke minipuntjes of als doordeweekse maaltijd met een salade.
Als je het basis quiche recept neemt (deeg, eieren en room) kun je er trouwens van alles en nog wat doorheen gooien. Broccoli met gerookte kip bij voorbeeld. Gewoon, lekker experimenteren. Ook een favoriet is deze:
Ook dit kreeg ik van Katya W., die als rechthebbende op de intellectuele eigendom overigens haar schoonmoeder aanwees. Met enkele aanpassingen van haar hand.
Deeg
2 eieren
room
4-5 sjalotjes in ringetjes
1 prei in dunne ringetjes
Ontbijtspek
Groot stukje zachte geitenkaas (Betinne Blanc)
150-200 gram geraspte Hollandse geitenkaas
Dadels (zonder pit natuurlijk en even doormidden snijden)
Sjalotten, prei en reepjes ontbijtspek even in de koekenpan aanbakken en mengen met de room, eieren en 2 soorten geitenkaas. Prutje in de, met deeg beklede, quicheschaal en garneren met halve stukjes dadel. Wederom ongeveer 45 minuten in de oven.
Dit quiche exemplaar doet het erg leuk als borrelhapje op feestjes en laat zich makkelijk vooraf invriezen (zoals overigens alle quiches). Op de dag supreme is het een kwestie van quiche laten ontdooien en even in de oven opwarmen. Klaar!
Dit recept stuurde Marjolein B. me toe. Zoals ze het schrijft vergt het enige voorbereiding, want ze haalt haar ingrediënten uit Frankrijk. Als ik het goed begrijp is tabouleh echter hetzelfde als bulgur, en dat is in de meeste Turkse of Marokkaanse winkeltjes gewoon te krijgen. De blikjes fruits de mer zijn weer een ander verhaal, maar ik neem aan dat ander nautisch spul (sardientjes of zo) ook acceptabel zullen zijn. Ik geef het hier echter in de originele vorm weer.
Voorbereiding:
1. Ga met de auto op vakantie of zakenreis naar Frankrijk; vanwege het gewicht zijn andere vervoermiddelen minder geschikt.
2. Zoek een grote hypermarché op; deze vind je aan een invalsweg van elke grotere plaats.
3. Scoor op de conservenafdeling pakken Tabouleh van het merk Le Garabit. 1 blik is genoeg voor een voorgerecht voor 4 personen of een hoofdgerecht voor 2.
4. Zoek bij de visconserven naar blikjes cocktail de fruit de mer. Merk weet ik niet, het zijn ronde platte blauwe blikjes.
5. Nu je er toch bent, laad je karretje vol met andere conserven als noodrantsoen voor luie dagen. De keuze en kwaliteit is aanmerkelijk beter dan van Nederlandse supermarkten. 1)
Ingredienten:
1 pak Tabouleh
1 blikje cocktail de fruit de mer
krop sla
zwarte olijven
peterselie
eventueel wat partjes ei
voor de liefhebber: komkommer
stokbrood
Bereiding:
Bereid de tabouleh zoals op het pak staat aangegeven. Schenk de inhoud van het blik fruit de mer met vocht er overheen. Laat in de koelkast een uurtje of langer staan tot alle vocht is opgenomen. Sla wassen en drogen. Peterselie idem.
Op borden wat sla doen. Tabouleh er over verdelen. Garneren met olijven, partjes ei, geknipte peterselie en voor wie daar van houdt plakjes komkommer. Serveren met stokbrood.
1) alternatief voor 5: Delhaize (voorkeur) of GB (tweede prijs) in Belgie