Zondag 16 februari 2003
Het is mooi weer als we in de buurt van de Vinkeveense plassen aan het fietsen zijn. De winterspecial van Op Pad komt bovendrijven: zou winterkamperen nu echt zo’n ontbering zijn? Ik kijk mijn tentje nog eens na. De kriebels worden te erg.
Maandag 17 februari 2003
Ik regel op m’n werk dat ik woensdagmiddag en donderdag vrij heb. Het plan ligt al klaar: een stukje Floris V-pad. Dordrecht – Alblasserbos, daar overnachten op het paalkampeerterrein, en dan de volgende dag naar Schoonhoven. (Ik heb de hele winter plannetjes zitten maken.)
Woensdag 19 februari 2003
Ik arriveer met rugzak op kantoor. Mijn collega’s willen m’n tentje zien, dus dat rol ik uit en zet het zo’n beetje op. Een sarcofaag, volgens C. Heb ik er ook een mummie-slaapzak bij? V. adviseert me om mijn mobieltje aan te laten staan: bij lawines zijn ingesneeuwde lieden met behulp van die dingen getraceerd. Ik ben geroerd door haar bezorgdheid en zie er daarom van af haar erop te wijzen dat het lawinegevaar in de Alblasserwaard niet zeer groot is.
15.30. Ik arriveer op station Dordrecht Stadspolders en hijs de rugzak om.
15.50. Ik laat een fazant schrikken.
16.30. Ik arriveer op mijn bestemming voor vandaag. Zoals verwacht, ben ik de enige idioot. Zet tentje op.
17.00. Ik constateer dat camping gaz niet veel voorstelt bij temperaturen rond het vriespunt. Ik krijg de macaroni niet verder dan lauw en halfgaar. Hou mezelf voor dat ik dit leuk vind.
18.00. Het begint donker te worden, en de temperatuur daalt zienderogen. Ik kruip in mijn slaapzak. Met, behalve de waxcoat, alle kleren aan die ik bij me heb, valt de behaaglijkheid niet eens tegen.
19.00. M. belt om me welterusten te wensen.
Diverse tijdstippen: ik merk dat de mate van comfort niet eens tegenvalt, maar dat ik wel moet zorgen dat, als ik me omdraai, er geen opgewarmde lucht verloren gaat. Bij stukjes en beetjes slaag ik erin toch een aantal uren slaap te scoren.
Donderdag 20 februari 2003
6.00. Ik wordt wakker en besluit de brander in m’n slaapzak te stoppen, misschien dat hij er dan meer zin in heeft.
7.30. Ik wordt weer wakker en besluit op te staan. Bel M. om haar te vertellen dat alles wel is en dat er geen bevroren ledematen zijn. De brander heeft er nog steeds geen zin in, zodat ik volsta met een beker bijna koude choco, een paar boterhammen en een bevroren reep chocola. Ik beloof mezelf een kopje koffie in Kinderdijk. Maak voor het thuisfront een foto van de berijpte tent.
8.15. Ik hijs me in de rugzak en ga lopen.
8.30. Ik begin opgewarmd te raken.
9.00. Maak een foto van m’n schaduw met een molen op de achtergrond. Hollandser kan bijna niet. Ik loop door een redelijk uitgestorven landschap van knotwilgen, slootjes, boerderijen, villa’s, fietsende scholieren, en honderden ganzen.

9.30. Een haas kruist mijn pad. Hij is aanmerkelijk sneller dan ik, maar hij heeft dan ook geen 15 kilo op zijn nek.
11.00. Ik arriveer in een uitgestorven Kinderdijk, dat overigens zwaar tegenvalt, als je het vanuit het zuidoosten benadert. De molens vallen in het niet bij de montagehallen van de scheepswerven aan de overkant. De bekende plaatjes zijn kennelijk geschoten door vakkundige fotografen. Nergens koffie te bekennen. Ik beperk me tot een pakje multivitaminen en een mueslibol.
12.00. De temperatuur is intussen opgelopen tot een graad of 4, wat bij een strakblauwe lucht en nauwelijks wind een zeer aangename toestand oplevert. Ik wissel regelmatig tussen handschoenen aan en handschoenen uit. De route is ondertussen zeer simpel geworden: rechtdoor, daarna rechtdoor, en dan gewoon rechtdoor. Eigenlijk best genoeglijk: ik hoef vandaag niks, ik hoef alleen maar te lopen.
13.00. Vlak voor Streefkerk begint m’n linkerenkel op te spelen. Onderzoek toont een schitterende blaar aan. Ik prik hem door, smeer er Nestocyl op en pleister de zaak dicht. De eerste volgende stappen vallen niet eens tegen, en ook verder heb ik er geen last van.
14.30. Tussen Streefkerk en Groot-Ammers stuit ik op een omleiding. Ik word naar rechts gedirigeerd, terwijl de kaart rechtdoor aangeeft. Eigenwijs als ik ben, ga ik naar links, richting dijk. Halverwege de weg naar de dijk ontmoet ik een dame die me uiteenzet dat een stuk van de Tiendweg is afgesloten wegens een ruilverkaveling, en me wijst waar ik de dijk weer af kan.
16.00. Ik arriveer in Groot-Ammers, waar een koffiekop-pictogram we uitnodigend toelacht op de kaart. Nee dus, ook deze horeca is hardstikke dicht. Ik houd mezelf voor dat deze expeditie zo wel lekker goedkoop is.
16.15. Even achter Groot-Ammers kijk ik vanaf de dijk naar de rest van de route. Ik constateer dat ik de keus heb tussen langs een stel oninteressante bedrijfshallen lopen (volgens de route) of langs een scheepswerf en een betonfabriek (over de dijk). Ik kies voor het laatste.
16.45. Ik arriveer bij de pont Gelkenes – Schoonhoven. Van daar is het slechts een kwestie van het busstation vinden. De bus naar Utrecht blijkt echter weer ergens anders vandaan te gaan, maar ook daar kom ik zonder veel problemen achter. Een vriendelijke dame vraagt wat ik gedaan heb, en doet me enige verdere suggesties aan de hand. (Woerden - Schoonhoven en Schoonhoven – IJsselstein, om precies te zijn. Ik had ze beide al op de shortlist staan.) Met een zucht van verlichting hijs ik me de bus in.
Terugkijkend… constateer ik dat het een succes was. Het kamperen onder deze redelijk barre omstandigheden lukte eigenlijk boven verwachting. Maar ik denk wel dat het bij een hogere vochtigheidsgraad een stuk minder plezierig zou zijn geweest. Maar ik moet toch eens achter een andere brander aan. Verder bleek de uitrusting, ook zonder Gore-Tex en dergelijk high-tech spul, toereikend.
De voorbereiding week niet af van hoe ik dat elders op deze site beschreven heb.