Terug

Verslag IJsselvallei september 2004


Ongeveer dezelfde situatie als een jaar geleden: nog maar een paar weken terug van vakantie, maar de weersverwachting is fantastisch, en als M. me donderdags vraagt of ik niet nog iets op de plank heb liggen... Inderdaad. 3 dagen het Hanzestedenpad, van Dieren naar Zwolle. Ik heb de zaak van de winter al voorbereid. Ik weet welke campings ik wil hebben, ik heb de route al op de kaart afgelegd, ik heb nog vrije dagen genoeg over... Let's go.

Zaterdag 4 september 2004

Ik heb de bus van 7.09 naar Utrecht, en vandaar de trein van 8.20 naar Dieren. De trein maakt een extra stop te Oosterbeek, voor deelnemers aan de Airborne wandeltocht. (Voor het geval u dat niet kent: sinds de jaren '50 wordt in Oosterbeek elk jaar begin september deze tocht georganiseerd, ter herdenking van de Slag om Arnhem, en voor de sportiviteit.) Bij station Oosterbeek is het al gezellig druk, maar ik loop toch liever in kleiner verband.

Vanaf station Dieren is de route snel gevonden: stukje omhoog langs het kanaal, en dan rechtsaf. Al gauw kom ik weinig mensen meer tegen (helemaal niemand, eigenlijk.) De route gaat langs een afwisselend gebied van akkers (meestal maïs), weilanden en kleine bospercelen. Ik kom veel braamstruiken tegen, met flink wat rijp spul eraan. 100 procent zuiver vruchtensap, zonder genetische manipulatie en andere dingen die ik niet snap en maar half vertrouw, en gratis!

Bij landgoed De Engelenburg kom ik de eerste wandelaars tegen, zij het op LAW 2, het Trekvogelpad. De Engelenburg is volgens de gids ooit in gebruik geweest als opleidingscentrum bij de ABN AMRO, en ik moet zeggen, er lijkt nog een geur van PowerPoint tussen de bomen te hangen. Vanaf Voorstonden moet ik een stuk tussen brandnetels door waden. Het lukt net zonder blaren.

Achter Voorstonden blijkt de in ontwikkeling zijnde route waarvan mijn gidsje (uitgave 1999) gewag maakt inmiddels gerealiseerd te zijn (zie kaart 6). Dat komt goed uit, want ik zie op een akker niet minder dan 5 ooievaars tegelijk. De route loopt hier als volgt: vanaf het begin van het gestippelde deel een paar honderd meter naar het oosten, een boerderij aan uw linkerhand houden, met de bocht mee naar links. Bij een groot betonblok rechtsaf, langs de rechterrand van een akker. Aan het eind van die akker rechtsaf een asfaltweg op, met de bocht me onder een tunneltje onder het spoor door, rechtuit. Bij een T-kruising linksaf, bebouwing in. Dan een beetje rechts aanhouden, de dijk op, en op de dijk links aanhouden, onder spoorbrug door. Daar na de eerste weg rechts, bij een cafetaria, en dan rechtdoor. Na een paar honderd meter ziet u een handwijzer, die echter inmiddels enigszins achterhaald is, aangezien die is toegesneden op de oude route. U gaat rechtdoor, en kunt meestal over het gras bovenop de dijk lopen.

Vanaf Zutphen loop ik dus langs die dijk tot het gemaal Van der Feltz. Daarachter kom ik twee wandelende dames tegen die willen weten waar ik van daan kom, wat ik allemaal bij me heb, etcetera. Zelf zijn ze van Deventer naar Zutphen aan het lopen. Ik: "Nou, dat is toch ook geldig?"

Hier ongeveer moet ik van de route af, naar de camping in Voorst. Ik heb de hele dag vrij stevig doorgelopen, want ik wil voor 5 uur in Voorst zijn, simpelweg om nog wat bier in te slaan. Ik vraag de weg, en als ik op de vraag "welke route" antwoord "de kortste, graag!" zegt min informant: "ga maar even over mijn erf". Nou, da's toch aardig. (Later krijg ik de indruk dat ik gewoon een bestaande LAW-gebruik, maar nochtans...)

Ik ben om 16.20 bij de supermarkt, die echter om 16.00 blijkt te sluiten. Maar een snackbar een stukje verderop kan me bier leveren, weliswaar duurder maar dan ook lekker koud. Tegen vijven ben ik op de camping (SVR-camping De Weie, nr. 12 in de gids), waar ik bijna de enige ben. Ik bediscussieer met de eigenaar de route die ik morgen moet volgen om weer op de route te komen. (Ik blijk eigenlijk helemaal niet echt fout gelopen te zijn.) Voor EUR 5,25 mag ik mijn tentje neerzetten waar ik wil. Ik meld me af bij M. en blaas uit met een van de koude pilsen. Het is toch iets meer dan 30 kilometer geweest, in een tamelijk straf tempo. Om kwart over zes breng ik de discipline op om te gaan koken: Pasta Parmesana van de Lidl, met stukjes droge worst, en een komkommer.

Om 19.30 zakt de zon achter de struiken, en het wordt gelijk vochtig. Ik maak nog wat foto's van de zonsondergang, en duik om 21.00 de slaapzak in.

Zondag 5 september 2004

Om 7 uur word ik wakker, en op kwart voor acht ben ik weg, in een fraaie nevelachtige omgeving. Rond acht uur meld ik me bij M.: alles is wel, ik amuseer me. Ik vind de route eigenlijk zonder veel problemen terug. Ik loop een flink stuk door bedauwd gras, en zoals bekend gaat dat overal doorheen, en met name door nubuck. (Ik denk dat ze wandelschoenen van kevlar zouden moeten maken om dit probleem te voorkomen...) Het is fraai, zeer fraai. Koeien in de mist, een zon die voorzichtig tussen wolken doorpiept, u kent dat wel.

Om 9 uur ben ik bij de aftakking naar het veer naar Gorssel, waar de provincie een fraai uitblaaspunt heeft ingericht, met een plattegrond, bankjes en zo. Ik blaas dus uit.

Om 11.10 ben ik bij het pontje naar Deventer (zie kaart 15). Ik ben Nederlander genoeg om EUR 1,25 te veel te vinden voor een overtocht van hooguit 200 meter, dus ik loop terug naar de brug, en steek daar de IJssel over. Langs de IJsseloever is de wandelboulevard rijk voorzien van bankjes. Onderweg willen twee allochtone jongens die hun honden uitlaten ook weten waar ik vandan kom en wat ik nou allemaal bij me heb. Ik geef de gevraagde informatie en voeg er aan toe dat ik dit doe omdat ik dat leuk vind. Ze vinden het evident gekkenwerk, maar zien beleefd af van een oordeel. Ik strijk op het laatste bankje neer met een mueslibol en een pakje vruchtensap. Er komt een optocht van klassieke brommers langs: Puch, Kreidler, Zündapp, Mobylette... zo op het oog een stuk of honderd. Een passerend stel wenst me een goede wandeling toe. Dank, tot nu toe lukt het prima.

Na nog een stuk door de uiterwaarden buigt de route weer af, het bos in. Achter Nieuw Rande drink ik een pakje chocomel. Een fietsend echtpaar wil weten waar ik naar toe ga etcetera. Ze blijken in Uithoorn gewoond te hebben, maar daar al jaren weg te zijn. Ik geef een overzicht van wat er sedert hun vertrek allemaal bijgebouwd is. (Deze fietsers zijn minder bleu dan het stel dat bij mijn aankomst op het belendende bankje zit: dat vertrekt binnen twee minuten. Ik merk vaker dat mijn verschijning gemengde gevoelens oproept, om het netjes te zeggen: men kan een figuur van middelbare leeftijd met een grote rugzak evident niet plaatsen en neemt dan het zekere voor het onzekere. Ik bedenk fantasiën van moeders die bij mijn nadering hun dochters binnenhalen en vaders die de dubbelloops van de schoorsteenmantel halen.)

Het wordt zo langzamerhand best druk met fietsers. Maar het is ook zulk mooi weer, als ik nu niet aan het wandelen was geweest, had ik vrijwel zeker op de fiets gezeten. Het gaat allemaal zeer gemoedelijk, overigens, niet het wat-doe-je-hier-met-die-rugzak sfeertje dat we op het laatste stuk van het Lingepad aantroffen.

Ik passeer landgoed De Haere, met een optrekje dat de socialist weer in mij boven brengt. Aan het eind van het bossige stuk tref ik de restanten van een bunker aan. Onderdeel van de IJssellinie. Ik ben geen militair expert, maar op een of andere manier heb ik niet het idee dat de Russen het erg afschrikwekkend kunnen hebben gevonden: een roestige tank, volkomen immobiel in een ondergelopen stuk land... Mij staat bij dat dit soort barrières al sinds de uitvinding van de parachute ontweken kunnen worden. Ik leg de tent te drogen op een rustig plekje, onder het motto dat elke gram water die verdampt pure winst is. Of het nou echt veel uitmaakt weet ik niet, maar voor het gevoel scheelt het toch wel wat.

Vanaf daar is het niet ver meer naar Olst. Vlak achter Groot Hanlo (ook al zo'n doorsnee-optrekje) loop ik over asfalt, tot een passerende fietser me toeroept dat er aan de andere kant een mooi voetpad loopt. Dank voor de tip. In Olst tref ik een cafetaria aan waar een vriendelijke jonge dame mijn behoeften goed weet in te schatten, en me vraagt of ik gewoon of halve liters wil. Ik hou het uit budgettair oogpunt toch maar op twee gewone blikjes.

Bevangen door het vooruitzicht van koel bier mis ik vervolgens een teken, en loop iets te ver naar het zuiden tot ik bij de IJsseldijk kom. Eigen schuld, dikke bult. Vanaf de veerpont is het een klein stukje door de uiterwaarden, dan de dijk op, weg over, dijk af, en vlak daarna tref ik een bordje naar de camping. Bij de spoorwegovergang roept een fietsende dame me toe dat het nog een klein stukje is. En inderdaad, enkele honderden meters later kom ik, rond 5 uur, aan op SVB-camping 't Klaverblad (nr. 29 in het gidsje).

Ook hier word ik vriendelijk verwelkomd door de eigenaars. Men had me een dag eerder verwacht, hoewel ik meen de juiste datum te hebben genoemd. Maar dat mag de pret niet drukken. Ik tref een schitterend grasveld aan, met een picknickbank voor mezelf. Het sanitair wordt me getoond, met een reinheidsgraad die aan een operatiekamer doet denken. "Hier is een gewone wc, en hier een wc op seniorenhoogte." Dank, ik was van plan het nog even met de gewone te doen, ik word al hard genoeg ouder. Ook hier is er behalve ondergetekende slechts één caravan met bewoners.

Achter een pils zit ik even later te bedenken dat deze camping alles heeft wat ik zoek, en niets wat ik niet wil. Rust, mooi gras, niet luxe doch goed sanitair, niks versletens (de carbolineum van de fietsenstalling hangt nog in de lucht), vriendelijke mensen. En rust. Had ik dat al gezegd? Tja, dat is bij mij nou eenmaal heel belangrijk. Rust, dus. En dat voor EUR 4,50. Ergo, ik ken deze camping met genoegen 5 sterren toe. De Weie krijgt er 4, wat ook een keurige score is, maar die picknickbank levert toch extra punten op.

Vandaag is het Pasta Pomodoro, met diezelfde worst, en en zak worteltjes. Ook dit gaat prima naar binnen. Na het eten haal ik nog een ijsje bij de gardienne. Nadat vastgesteld is dat ik morgen wel vroeg zal vertrekken (klopt) nemen we alvast afscheid. Ik hang nog wat rond bij de spoorwegovergang (vermoedelijk het spannendste wat Den Nul te bieden heeft) en zoek wederom rond negen uur m'n bed op.

Maandag 6 september 2004

Om 6 uur ben ik wakker, en om kwart voor zeven ben ik weg. Ik kom een fraaie zonsopgang tegen. Aan het eind van het asfalt, bij het begin van een traject dat enthousiast als "laarzenpad" wordt aangeduid, rits ik de pijpen van de broek. De omschrijving "moeilijk begaanbaar" klopt hier en daar zeker, in elk geval met een rugzak. Maakt niet uit, gewoon doorploegen. Na nogmaals de grote weg gekruist te hebben wordt ik achterop gereden door fietsende scholieren. De hoeveelheid commentaar valt mee.

Om 9 uur kom ik in het centrum van Wijhe. Ik neem een blaasje en een mueslibol op een bankje, aangeboden door de Bouw- en Houtbond CNV. Hartelijk dank! Er dient zich alleen een toiletprobleem aan, dat echter enkele honderden meters opgelost kan worden in een café dat reeds open is. Ik beloon deze dienstverlening met het bestellen van een kopje koffie.

Vanaf Wijhe ga ik weer de uiterwaarden in, en verderop langs een fietspad, dat overigens op deze tijd van de dag vrijwel verlaten is. De rugzak zit niet lekker, kennelijk in het halfdonker niet echt goed gepakt. Ik zit een tijdje te rommelen met het verplaatsen van flesjes water, maar echt helpen doet het niet. Daarna ga ik richting Herxen (had u daar ooit van gehoord?) over een fraai slingerend dijkpad. Het enige is dat het mede door schapen en koeien wordt gebruikt, zodat ik tussen de poep heen en weer moet laveren. Maar goed, op die manier schiet te ongemerkt wel lekker op.

Rond 11 uur tref ik in Herxen een picknickbank aan waar ik de tent droog, wederom onder het motto dat nutteloos gewicht vermeden moet worden. Daarna gaat het door een natuurreservaat. Een typisch Nederlands reservaat: met neme een failliete boedel van een steenfabriek, met een hoop kleiputten, en dan gewoon laten verwilderen, en na een aantal decennia/eeuwen ziet het er zeer genoeglijk uit. Zouden ransuilen en dergelijke zich over zeg 50 jaar ook zo thuis voelen in de restanten van ingestorte projectontwikkelingsexcessen in de Randstad?

Om 12 uur neem ik vlak achter Windesheim een blaasje, en bel nog eens met M. Ik zie wat er mis is met de rugzak: tussen beide schouderbanden zit zeker 4 cm verschil. Geen wonder dat hij naar één kant trok. Ik trek ze gelijk en inderdaad, dat helpt. Maar ik zou zo langzamerhand wel eens een bankje willen hebben voor een serieuzere rust. Bij de brug over de Soestwetering lijkt dat het geval te zijn, maar wat ik aanzien voor leuning blijken van die planken te zijn dioe rechtdoorgaande fietsers moeten verrassen. Dan maar in het gras, maar daar blijk ik de nieuwsgierigheid van een groepje koeien op te wekken. Aardig, die belangstelling, maar deze dames komen me wat te dichtbij. Bij een gemaal tref ik het beoogde bankje, netjes achter een wildrooster. De koeien staan vanaf een afstandje te kijken hoe ik mijn krentenbol en vruchtensap nuttig.

Vanaf hier is het een kwestie van kalmpjes naar het noorden sjokken, eerst over een overigens rustige asfaltweg, en daarna over een fietspad. Bij de Hoevenbrug (midden op kaart 24) besluit ik dat het mooi geweest is. Als ik de route verder volg, kom ik alleen nog maar langs bebouwing, en over industrieterreinen en door nieuwbouwwijken lopen kan ik thuis ook. Ik sla linksaf en ga via een parkje richting bushalte. Ik kom nog aan de praat met een fietsend echtpaar, onder meer over de moeite die je hebt om oude wandelschoenen weg te doen. "Er zitten zovel herinneringen aan." Ja, dat klopt, bij mij was het ook even slikken toen de vorige de vuilnisbak in gingen.

De op de kaart aangegeven bushalve klopt, alleen ben ik er iets te vroeg, en moet ik 20 minuten wachten op de bus van 14.40. Die brengt me naar het station, waar ik voor het eerst ansichtkaarten aantref om moeder en schoonouders op de hoogte te stellen van mijn ervaringen. Mijn moeder schrijf ik dat haar verjaarskado (een ECB-kadocheque) op deze wijze goed is aangewend. Ik heb de trein van 15.18 naar de Randstad, en ben netjes voor het eten thuis.

Tja, dat was het wandelen voor 2004, vrees ik. Maar ik heb wederom genoten. Bij het opmaken van de kas blijkt het op een paar cent na 50 euro gekost te hebben, waarvan bus en trein ongeveer 60% uitmaakten. Voor de rest heb je nauwelijks de gelegenheid iets uit te geven. (OK, ik stap ook niet elke horeca-gelegenheid binnen, en ik had natuurlijk bij de cafetaria's een zak patat kunnen nemen.)

Conclusie:
Ook dit pad is een aanrader. Helaas iets meer asfalt dan me lief is, maar slechts weinig druk asfalt, en waar het onverhard kon hebben de uitzetters dat ook gedaan. Geen problemen ondervonden qua markering en zo, hoewel je wel, zoals altijd, een beetje het hoofd erbij moet houden. Gewoon blunt rechtuit lopen in de veronderstelling dat je wel een teken zult zien werkt niet: je moet hier en daar wel in de gaten houden dat je nu op punt X zit en dat je naar 400 meter weer iets moet.

En dat ik beide campings kan aanraden, had u vast al begrepen.