Terug

Onderweg


Nou, daar gaan we dan! U hebt de inhoud van deze site ter harte genomen, of niet, dat mag u zelf weten, en u bent zojuist uit de bus gerold, en daar staat u dan, halte Schoolstraat, tegenover de Rabobank.

Het begin

Het meest urgente is het vinden van het "aangrijpingspunt" van de route. In een bebouwde omgeving is dat vaak niet eens zo makkelijk. De jongens van de rood-witte (of rood-gele) stickers hebben er namelijk niet meer van geplakt dan strikt nodig. Doen ze om het spannend te houden. En regelmatig verdwijnt zo'n ding. Nieuwe lichtmast of zo. En reken maar niet dat de voorbijganger die u aanschiet u kan helpen. "Het Zusenmezopad? Nooit van gehoord. Zegt jou dat iets, Piet?"

De LAW-gidsjes vertellen u (in navolging van hun Franse collega's, de topoguides) dat u in feite de combinatie nodig hebt van de markeringstekens, de kaart en de routebeschrijving. Dat klopt. En een vierde element: uw eigen vaardigheden. In zo'n geval dat u de zaak echt niet "aan de praat krijgt" doet u er vaak verstandig aan om een omweg te maken, en dan ergens anders op de route in te steken.

Maar don't worry, meestal vindt u het begin wel. En dan is het zaak om de route vast te blijven houden

Gewoon lopen...

In veel gevallen is het daarna een kwestie van "nu ongeveer 700 meter rechtdoor, en dan bij de bosrand scherp linksaf". Ik zet dan een soort kookwekker in m'n hoofd: dat zou ruim 5 minuten moeten duren, dus over 5 minuten weer de navigatieknop aanzetten. En ondertussen uiteraard wel attent blijven op alles wat kan helpen om steeds te weten waaru bent. (Eigenlijk moet u steeds op enkele honderden meters nauwkeurig weten waar u bent. En een globaal idee waar het noorden is, op zeg 20 graden nauwkeurig, kan ook geen kwaad.)

Lastig is dat in Nederland meestal niet. Hooguit zit u soms met het probleem dat u over iemand z'n erf moet, en dat niet direct duidelijk is of u nou links of rechts van de boerderij moet zijn.

...maar wel blijven opletten

Uiteraard hebt u de hele routebeschrijving x keer doorgevlooid, en met een pen de route op de kaart "meegelopen". U weet dus al vrij nauwkeurig waar u moet opletten. Theoretisch zouden de markeringstekens dan slechts als ondersteuning hoeven te dienen. In de praktijk plegen ze een wat groter gewicht te hebben.

Even voor de duidelijkheid: eenmaal het rood-witte / rood-gele teken betekent "dit is de route", tweemaal betekent "er komt een richtingverandering aan" en een rood-wit / rood-geel kruis betekent "u zit hier fout". De markering is "minimaal" in die zin dat (a) er normaliter geen herhalingstekens zijn ("u zit nog steeds goed") en (b) er na zo'n dubbel teken best wel vaak wordt aangenomen dat u inderdaad de volgende bocht bent ingeslagen, en er na die bocht niet nog eens een enkel teken volgt. To be quite honest: van mij hadden ze er af en toe een extra lik verf tegenaan mogen gooien. (Maar ik weet bijvoorbeeld niet hoeveel heisa het kost om een nutsbedrijf zo ver te krijgen dat ze je een sticker op een lantarenpaal laten plakken. Best mogelijk dat dat slepende onderhandelingen zijn...)

Problemen ontstaan met name op punten waarop u een markering zou verwachten, maar er geen is. Volgens de beschrijving zou u na 300 meter flauw linksaf een karrespoor op moeten. Er is iets wat een karrespoor zou kunnen zijn, maar geen markering...

Mogelijkheid 1: die 300 meter klopt niet echt. Mogelijkheid 2: er is een markering verdwenen. Vraag: wat zegt de kaart? Komt u daar een karrespoor op tegen? Nog een vraag: wat betekent "flauw"? 20 graden, 30 graden?

Als u er niet echt uitkomt, begint u met in uw geheugen te prenten dat u op deze plek was toen dit probleem zich voordeed. (Of u zet een tekentje op de kaart.) En dan neemt u de route die u het beste lijkt, en u gaat zich afvragen wat het volgende punt is dat u zekerheid zou moeten verschaffen. ("Volg dit karrespoor tot aan een hek van een akker, ga rechtsaf langs de slootrand tot aan een bosje berken.") Als u dat hek aantreft, ziet het er niet onaardig uit. Mocht u nergens een hek bekennen, ga dan terug tot het laatste punt, en kies voor het andere alternatief. Uiteraard houdt u steeds een half oog op de kaart, en kijkt u of datgene wat u aan het doen bent daarmee spoort.

Misschien handig om te weten: mijn ervaring is dat een bocht in werkelijkheid heviger lijkt dan op een kaart getekend is. Of anders gezegd, dat bochten op een kaart flauwer zijn getekend dan ze in werkelijkheid zijn. Als u een duidelijke bocht ziet, maar de kaart een rechte lijn aangeeft, dan hoeft dat niet te betekeken dat u verkeerd zit. Bochten van 10 graden zijn op een kaart nauwelijks te onderkennen, zo ze al getekend zijn.

Heen en terug

Als u van A naar B gaat is het volgende niet van toepassing, maar voor wandelingen van A naar B en dan weer terug naar A is het nuttig om af en toe even achterom te kijken om te zien hoe het landschap er, 180 graden gedraaid, uitziet. De vraag "zijn we hier vanmorgen nou ook al langsgekomen?" laat zich daarmee beter beantwoorden.

Eten en drinken

Ik merk dat ik hardnekkig teveel eten meeneem, en maar krap aan drinken. (Het probleem met vocht is overigens ook dat het een kilo per liter weegt...) U zult in Nederland niet gauw in situaties terecht komen dat u uitdrogingsverschijnselen krijgt, maar reken per dag toch gauw op 2 liter vocht. Ook al merkt u het niet, u loopt gauw te zweten. Ik heb het nooit uitgeprobeerd, maar ik zou toch hopen dat als u ergens aanbelt en vraagt of u uw waterfles mag vullen, u niet de deur gewezen zal worden.

Wat u aan eten meeneemt moet u zelf weten, maar ik vind mueslibollen wel handig. En op z'n tijd een stukje chocola.

Gedragscode

Er is een vrij heldere gedragscode voor wandelaars, die overigens niet afwijkt van wat u met enig gezond verstand ook al zou hebben bedacht.