Het is tegen het eind van april 2005. Na de vorige wandeling, stukje Utrechtpad in maart, zijn we het nog niet zat. Enig bladeren in de agenda leidt tot de conclusie dat het ofwel binnenkort zou kunnen, ofwel het een paar weken duurt, omdat de weekends daarna met allemaal andere, overigens reuze genoeglijke, activiteiten gevuld zullen zijn. Het weer ziet er redelijk uit, de collega's zien geen beletsel tegen een vrijdag vrij... laat ons de wandelschoenen omhijsen. Het plan ligt al klaar, Lelystad - Zeewolde - Almere, 37 en 34 kilometer. Ik ga me eens lekker de blubber lopen.
Vrijdag 29 april
Ik neem de bus van kwart voor zeven naar Amsterdam, en de trein naar Lelystad. Tussen Almere en Lelystad informeren een aantal scholieren naar mijn plannen. Zoals verwacht, vinden ze het nogal maf, hoewel één jongeman me toevertrouwt dat hij van de zomer met zijn vader in Duitsland gaat fietsen. Ik wens hem daar een genoeglijke tijd mee toe. Om kwart voor negen stap ik uit de bus. Een dame die de hond uitlaat bevestigt me dat ik de goede kant uit ga, en even later zie ik de eerste wit-rode streep. Het motregent een tikkie, wat niet helemaal de bedoeling was, eigenlijk.
Even een klein detail ten aanzien van kaart 18, regel 10: de beschrijving klopt, maar het staat op de kaart niet heel duidelijk aangegeven. U gaat dus met een vrij grote betonnen brug over een flink water heen, en na 100 meter moet u links, weer links, en naar beneden, in de richting die u gekomen bent, dan linksaf onder diezelfde brug door. Daarna weer links, en dan een graswal op. U hebt dus een soort lus onder die weg door gemaakt.
Afijn, hierna lopen we door iets dat het midden houdt tussen een park en een natuurgebied. Bij het bezoekerscentrum klaart het dusdanig op dat ik het regenpak uit kan trekken, en als extra attractie krijg ik een ooievaar te zien. Hierna lopen we een paar kilometer over asfalt -overigens niet druk- en gaan we een fietspad op. Daarna wordt het een grasdijk. Reuze leuk, maar bij deze nattigheid leidt het wel tot natte voeten: het vocht van nat gras gaat overal doorheen. Afijn, you can't have it all. Er zijn opmerkelijk veel bollenvelden, en ik ben er op exact het juiste moment in het jaar. Keukenhof, minus de drukte! (Later lees ik dat Flevoland inderdaad zo'n beetje de koppositie heeft overgenomen qua bollenteelt.)
Halverwege het Knarbos is het tijd voor een blaasje, een broodje en een pakje chocomel. Eigenlijk is dit best een leuke toestand, het ziet er, in aanmerking nemend dat elke boom hier (oorspronkelijk) geplant is, best lekker natuurachtig uit. En het weer is intussen gewoon mooi geworden: zonnetje, niet te warm, klein windje. Perfect!
Na het Knarbos kom ik uit bij een akker die door een vriendelijke agrariër voor mij is opengesteld. Ik loop nu echt op de bodem van de zee: aan mijn voeten hangen na enkele stappen meerdere kilo's klei. Maar ik heb wel een prachtig uitzicht op een bollenveld. Bij de Lepelaarstocht aangekomen -een zeer rustige vaart met weelderige begroeiing- gun ik mezelf een pauze: dergelijk lopen is toch wel erg zwaar. Verderop kom ik een vos tegen, een prachtig roodbruin beest!
Na de Lepelaarstocht loop ik door een veld waar ik tot over mijn enkels in de paardebloemen zit. Ons vorige konijn zou hier compleet uit haar dakje gegaan zijn. Daarna duik ik het Horsterwold in, tikkie aangelegd, maar op weg om een redelijk normaal bos te worden. Om kwart voor vier kom ik een fietsende scholier tegen, en ik realiseer me dat dit het eerste menselijke wezen is dat ik tegenkom. (Met uitzondering van wat mensen in auto's, dus.) Halverwege het Horsterwold kom ik een picknickbank tegen waar ik mijn regenpak op droog.
Om 6 uur exact kom ik op de camping, die geenszins tegenvalt. Ongeveer voor 15% bezet, en dat zijn ook net zulke rustzoekers als ik. Ik zet de tent op, en er is een stukje verderop nog een picknickbank om de borrel aan te nuttigen. Ik bel M. om haar mijn behouden aankomst te melden. De verbinding is niet zeer sterk, en er zitten steeds vogels doorheen te kwekken: ik moet elke mededeling herhalen. Om kwart over acht duik in mijn tent in.
Zaterdag 30 april
Om kwart over zeven wordt ik wakker, niet door een wekker of zo maar door vogels. Kijk, zo moeten we dat hebben! (Voor het geval u denkt dat ik een gedreven vogelaar ben: nee. Ik kan net onderscheid maken tussen sijssies en drijfsijssies, maar dat is het ongeveer. Maar ik vind ze gewoon leuk.)
Om acht uur ga ik op pad. Bij de uitgang van de camping kom ik nog een konijn tegen. Om half negen bel ik naar huis. Even later kom ik een hert tegen. Het stuk langs het Erkemeder strand is niet zo bijzonder, ook omdat van de andere kant van het water enig geraas van de A1 te horen is. Ter hoogte van het Laakse strand ga ik weer het bos in. Het uitnodigende bordje "naaktstrand" laat ik voor wat het is. Daar is het toch wat fris voor. Het bos blijkt enigszins experimenteel te zijn: men is met verdrassing bezig. Een soort gecontroleerd teruggeven aan het water. Dat lukt aardig: slechts met een hoeveelheid hink-stap-sprong kom ik er met droge voeten door.
Onder begeleiding van de animateur van De Eemhof, wiens Spelletjes op de Camping op geruime afstand te volgen zijn, ga ik verder. Nu komt er een Lang Recht Eind langs de Rassenbeektocht. No problem, gewoon doorsjokken, en ik zie enige fraaie fotomogelijkheden van bollenvelden. Een miniem motregentje zorgt voor fraaie pasteltinten.
Via enig asfalt -af en toe onvermijdelijk- kom ik bij de dijk en daarna draai ik het Cirkelbos in. Ik kom een wandelend echtpaar tegen die het boekje van het Pionierspad bij zich heeft. Ik vraag hen of ze me meer kunnen vertellen over de passage die ik op de site van het Wandelplatform heb aangetroffen, over een begroeid stuk en een omleiding. Ze blijken een andere route te hebben gevolgd. En verder zijn ze, in etappes, bezig om de Santiagoroute te doen, elk jaar een paar honderd kilometer. Intussen zijn ze tot halverwege Frankrijk gevorderd. Grappig, iedereen die ik vertel dat ik wandel begint erover, maar dit zijn de eerste mensen die ik tegenkom die hem aan het lopen zijn. Wederom treft me hoezeer wandelaars vriendelijke, rustige en sympathieke mensen zijn. Als ik doorga met wandelen, word ik dat misschien ook nog eens.
Gesterkt door deze bemoedigende gedachte loop ik een eind verderop prompt verkeerd. (Traditie van me: ergens op een meerdaagse tocht ga ik een keer de mist in.) Een dame met een hond kan me aanvankelijk niet echt op weg helpen, maar met de kaart erbij komen we tot de conclusie dat ik waarschijnlijk vrijwel goed zit. Even later komt ze me achterop en biedt me een lift aan. Ik bedank haar, en leg uit dat ik dit echt voor mijn plezier doe.
Hierna kom ik zo langzamerhand in de bewoonde wereld, wat naar Randstad-maatstaven overigens nog heel erg meevalt. Groen genoeg. Zonder veel problemen bereik ik de bebouwde kom, via onder meer de Waterlandse Weg. Een tamelijk uniek fenomeen: een geasfalteerde weg die aan het gemotoriseerde verkeer is onttrokken, van het asfalt ontdaan is en is teruggegeven aan de wandelaars.
Ik heb de bus van even na vijven, en bereik zonder problemen Amstelveen, waar ik nogal een tijdje moet wachten op de bus naar Uithoorn. De verklaring: hij zit propvol Koninginnedagvierders.
Conclusie
Nederland is een heel raar land, en dat komt omdat Nederlanders hele rare mensen zijn. Ze leggen eerst een stuk zee droog, maken daar een polder van die compleet op de tekentafel is ontworpen, met twee smaken lijnen, noord-zuid en oost-west. Dan leggen ze er bossen in aan. Een recht kanaal wordt omgegooid en vervangen door een kronkelend iets dat op een riviertje moet lijken. Tenslotte gaan ze een stuk bos half onder water zetten.
De verklaring is waarschijnlijk dat Nederland door planologen wordt gezien als één grote achtertuin. Het ding was kaal toen je huis werd opgeleverd. En iedereen heeft er wat anders van gemaakt, en elke keer als er een nieuw nummer van Eigen Huis & Tuin uitkwam trok men naar het tuincentrum voor iets nieuws. Vijvertje er in, andere bestrating, groente kweken, een verwilderde toestand... elke paar jaar iets nieuws.
Zo bezien, is het tevens logisch dat Nederlanders nogal gauw met termen als "natuurgebied" zwaaien. Voor een achtertuin is geen minimum-omvang voorgeschreven. Dus een dagrecreatieterrein kan ook op een groot uitgevallen taartpunt gesitueerd worden (zoals dat ding langs de Kromme Mijdrecht bij mij in de buurt).
Goed, "natuur" bestaat er in Nederland niet. De meeste pijpestrootjes zijn gepland, zo niet geplant. Is dat erg? Valt wel mee. Ik heb wel de indruk dat als we de mensen van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hun werk laten doen, en we enig geduld hebben, het resultaat best meevalt. Maar dan moeten we wel de asfaltlobby en de projectontwikkelaars onder de duim houden.
En in Flevoland is het resultaat er ook naar. Wat een rust! Wat een ruimte! wat een vogels! Het is lastig de diverse wandelingen van een rangorde te voorzien, ze hebben allemaal hun eigen charmes. Maar dat dit traject een aanrader is, staat vast. Ik ga toch eens kijken hoe ik de rest van het pad in elkaar kan steken. Dit smaakt naar meer.