Deze winter is het niet tot kamperen gekomen. Niet dat ik er bang voor was of zo, maar het kwam er gewoon niet van. Het probleem is eigenlijk dat ik, als ik op stap ben, er ook het volle profijt van wil hebben, en dan heb je het toch gauw over 30 kilometer, en dan zijn de dagen gewoon nogal kort. En de nachten zijn toch wel erg lang.
Het oorspronkelijke plan, voor ergens in april, voorziet in een stukje Pionierspad, Almere - Zeewolde - Lelystad. Maar het weekend van 19 en 20 maart lijkt mooi weer te bieden. En binnen is binnen. Maar de SBB-camping bij Zeewolde is dan nog dicht, dus we halen plan B uit de kast, Veenendaal - Wijk bij Duurstede - Werkhoven, met een stopover op het paalkampeerterrein bij Leersum. Tweemaal een kleine 30 kilometer. Het is wel wat vroeg donker, maar dat nemen we op de koop toe.
Zaterdag 19 maart 2005
Ik neem de eerste bus naar Utrecht. Het is een beetje mistig, maar wel droog. De trein naar Veenendaal vertrekt 3 minuten te laat, wat inhoudt dat ik hem nog net haal. Tegen half negen ben ik in Veenendaal-West. Via de Nijhofflaan, de Marsmanlaan en de Achterberglaan loop ik Veenendaal uit. (De relevantie van de vorige zin zal u ontgaan zijn, maar om vanuit mijn huis de rest van de wereld te bereiken moet ik ook via een Nijhofflaan, een Marsmanlaan en een Achterberglaan, in die volgorde...)
Ik loop door bossen, met af en toe een open plek. Het is enigszins mistig, wat tot een paar leuke fotootjes leidt. Boven Amerongen begint het wat te motregenen, niet erg, ik verdamp even veel als er bij komt. Rond 11 uur kom ik een gestage stroom wandelaars tegen die een angstaanjagend tempo aanhouden. Wat ik aan flarden conversatie opvang, gaat voornamelijk over afgelegde afstanden en behaalde snelheden. Het is een flinke ploeg, ik schat het zeker op 400 man (en vrouw). Onder hen kennis W., die ik ken als een kilometervreter. Ze doen vandaag 40 kilometer, wat voor W. een peuleschil is: hij doet aan Kennedy-marsen van 80 kilometer, waarbij gewoon 's nachts doorgelopen wordt. Het is niet mijn stijl, maar als ze er lol in hebben, prima toch? Ik ben wel blij als ik achter de Ginkelduinse heide afsla en weer (ongeveer) alleen ben.
Ik loop om de Leersumse plassen heen, en stuit bij het SBB-steunpunt De Veldschuur op een met telelenzen bewapende menigte. Kennelijk ben ik inmiddels een Bekende Nederlander geworden (wat als auteur van twee goed verkochte kookboeken en een drukbezochte website zo langzamerhand ook wel mocht). Hun belangstelling blijkt echter uit te gaan naar de roodgemutste geelgors (of zo): vrolijk speculerend op de aan te treffen typen gevederde vrienden stappen ze het Leersumsche Veld op.
Rond 13.00 uur ben ik in Leersum. Ik loop het dorp in, op zoek naar ansichtkaarten, traditie om op zo'n wandeling er eentje aan mijn moeder en mijn schoonouders te sturen. Geen idee of ik iets zal vinden, maar het zit mee: een kantoorboekhandel kan me ze leveren. Op een bankje in het winkelcentrum beschrijf ik ze. Bij een belendende Albert Heijn koop ik nog een blikje pils en tap ik een kopje koffie. Kan de bonus van Anders Moberg best hebben. Moeten ze het maar niet gratis aanbieden.
Om 15.00 uur ben ik bij het paalkampeerterrein. Omdat het niet op de kaart staat even een routebeschrijving. Gerekend vanaf het punt waar het Utrechtpad de grote weg kruist, bij restaurant d'Arthuizen (zoals ze het d'artistiek spellen): in westelijke richting, bij rotonde rechtdoor, fietspad rechts van de weg volgen, bij bushalte rechtsaf Hoogstraat, langs AZC. Vlak achter punt waar rood-witte paaltjes in de weg staan rechtsaf, eerste pad links, eerste pad rechts, na 20 meter links. Alles bij elkaar ligt het zo'n 3 kilometer van de route.
Tot mijn grote genoegen zijn de toch al niet misselijke voorzieningen uitgebreid met een picknickbank. Ik neem me voor Staatsbosbeheer hiervoor een dankbetuiging te mailen. Zo'n ding is namelijk echt een uitkomst: op een gewone manier te kunnen zitten, een tafel om op te koken en aan te eten, zeer comfortverhogend! Zoals ik gehoopt had, heb ik de gehele camping vppr mezelf. Ik bel naar huis dat ik goed aangekomen ben. (Niet dat men daaraan twijfelde, maar het thuisfront wil graag van de vorderingen op de hoogte gehouden worden.)
Ik zie diverse brandweerwagens door het bos rijden, uit één ervan wordt me toegeroepen dat het bos in brand staat. Ik geloof er geen barst van, veel te nat, en als het echt zo was had de politie de zaak wel afgezet. Niettemin hou ik een volgende brandweerwagen aan: het blijkt inderdaad om een oefening te gaan. Ik wens ze veel succes, keer terug naar mijn tent, en pak een borrel. Ah, de smaak van alcohol in een Mepal beker! Om vijf uur ga ik koken, boerenkoolstamppot van Maggi met plakjes rookworst. Het smaakt eigenlijk buitengewoon goed. Om kwart over zeven begint het donker te worden, dus nok ik af.
Zondag 20 maart 2005
Om 6.45 word ik wakker. Ik breek op, ontbijt met een mueslibol en een pakje chocolademelk, en begeef me om half acht op weg. Om 8.15 ben ik weer terug bij de route. Vandaag wordt het een open landschap, met af en toe wat bosjes.
Om half tien neem ik een blaasje, en trek ik de lange onderbroek uit. Als ik Wijk bij Duurstede binnenloop, maak ik een praatje met een dame die de hond uitlaat. Ze heeft ooit het Pieterpad gedaan, maar dan zonder bepakking. Ik verzeker haar dat daar niets mis mee is. Even verderop zie ik een klassiek Nederlands tafereel: een vader leert zijn dochtertje fietsen.
Om 11 uur ben ik bij de Prinses Irenesluizen, waar ik een picknickbank weet. Ik moet even wat energie opdoen voor het Lange Rechte Eind van 6 kilometer langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Dat blijkt eigenlijk reuze mee te vallen. Er zijn genoeg oriëntatiepunten onderweg te bedenken om op de kaart de afstand mee te plotten. (Als ik in het verlengde ben van de rand van dat bosje, ben ik op dat punt op de kaart, u kent dat soort spelletjes met jezelf wel.) Eigenlijk loopt het best lekker, door het gras naar af en toe passerende schepen kijken. Ik steek de brug over, loop een stukje over asfalt en daarna langs een smal kanaaltje en de Oude Kromme Rijn. Ik schiet eigenlijk best goed op, zodat ik bij de ingang van huize Hardenbroek (een lichtelijk bovenmodaal optrekje dat je doet herinneren waarom het socialisme ook alweer was uitgevonden) nog een wat langere pauze kan nemen.
Na dit landgoed wordt het wat minder: over asfalt dat zeer druk befietst wordt. Maar het is ook het fraaiste weer van de wereld, en als ik nu niet aan het wandelen was geweest had ik vermoedelijk ook op de fiets gezeten. Even na drieën ben ik bij de bushalte in Werkhoven, en ik ben royaal voor het eten thuis.
Conclusie: het liep allemaal gesmeerd. De route was nergens moeilijk te vinden, bood voldoende afwisseling, was lekker rustig en vrijwel steeds asfaltmijdend. Behalve het laatste stukje, dus. Maar in Nederland valt dat goedje voor een wandelaar nu eenmaal niet te vermijden. Op naar het volgende project!
O ja, de kosten nog. Die vielen reuze mee, treinkaartje, een hoeveelheid strippen voor de bus, dat extra pilsje dus, totaal iets van 15 euro. (Tip: ik had terug een wat ingewikkelde busverbinding, met een overstap en twee maatschappijen, Connexxion en BBA. Zoek van te voren via www.9292ov.nl uit hoeveel strippen het zijn, de chauffeur weet dat vermoedelijk niet.)