Terug

Verslag Utrechtse Heuvelrug juni 2003


Achtergrond: zoals meer Nederlanders hebben we een huis dat van tijd tot tijd geschilderd moet worden. Daar heb ik een hekel aan, en ik kan het ook niet goed. Maar af en toe moet je je tegenzin overwinnen, en met hulp van de buurman wiens ladder we mogen lenen zijn we er toch maar aan begonnen. En alles bij elkaar valt het niet tegen. Maar ik heb mezelf weer een dagje wandelen (plus een overnachting) beloofd als het erop zit. Ditmaal (wederom) een stukje Trekvogelpad, van Soesterberg naar Amerongen. Iets van 35 km, dus een kwestie van vroeg vertrekken.

Zaterdag 21 juni 2003

08.00 Ik ga de ladder op.
15.00 We kunnen de kwasten afspoelen, en het pils opentrekken dat we, vinden we, verdiend hebben. Ik loop de spullen nog eens na.
19.00 Ik neem de bus naar Utrecht, en vandaar naar Soesterberg.
21.00 Ik stap uit de bus en ga op zoek naar het paalkampeerterrein dat volgens de site van SBB zou moeten bestaan. Een eerdere keer kon ik het niet vinden, maar een vriendelijke boswachter die ik erover gebeld heb verzekerde me dat het toch echt bestond.
21.20 Ik vraag aan een dame die haar hond uitlaat of ze bekend is met dat kampeerterrein, maar nee. Haar vriendelijke optreden contrasteert met haar camouflagepak en haar vuurwapen, maar ze is dan ook bezig iets militairs te bewaken. Ook de hond bejegent me welwillend. Kennelijk zit ik niet in zijn database met verdachte personen.
22.00 Potztausend, waar is dat paalkampeerterrein! Ik ben drie keer het opgegeven traject afgelopen, niks gevonden, en het begint donker te worden. Ik tref een fraai stukje gras aan, aan drie kanten door een heg omzoomd, en besluit mijn tentje daar dan maar achter neer te zetten. Ik constateer dat je reeds vanaf enkele meters alleen ziet dat er iets staat als je er naar op zoek bent. Vooruit dan maar.

Zondag 22 juni 2003

06.00 Ik word wakker, pak de spullen en en ben om 06.30 weg. Tussen Soesterberg en Maarn zouden ze de markering toch eens moeten nalopen, ik heb de indruk dat er hier en daar toch een merkteken gesneuveld is. Geen nood, echt verdwalen kun je niet, je moet gewoon naar een punt waar een weg en een spoorlijn elkaar kruisen, en daar ligt dan Maarn. Ik zie diverse konijnen, en zowaar een hert. Heel jong. Als hij me ziet heeft hij iets van "wat zei mama ook alweer dat ik nu moest doen? o ja, weglopen". En dat doet hij dan maar.
12.30 Inderdaad zonder problemen in Maarn aangekomen. Tussen Maarn en Doorn is de markering prima, hier is de schilderploeg recent nog geweest.
14.00 Ergens achter Doorn kom ik twee dames tegen die evident (schoenen, algeheel voorkomen) wandelaars zijn. Ik krijg een paar kersen aangeboden. Leuk! Intussen ben ik van het bosgebied in de polder gekomen. Het weer is schitterend, net genoeg bedekt om niet al te warm te zijn, klein windje: perfect wandelweer.
14.30 Achter Langbroek kom ik een hele sliert oude Jaguars tegen, kennelijk een club op stap. Ik sta er verlekkerd naar te kijken, maar bedenkt me dat er wel enkele duizenden uren sleutel-, schuur- en poetswerk aan me voorbijtrekken.
15.00 Ik kom langs een boederij waar de zoon des huizes (een jaar of 5) me toeroept: "mooie boerderij, hè". Ik beaam dat volmondig.
15.30 In de uiterwaard onder Amerongen constateer ik dat de voeten toch wat opspelen. Onderzoek toont diverse blaren aan. Terwijl ik bezig ben ze door te prikken, bieden twee (andere) wandelende dames assistentie aan: "we hebben alles voor blaren bij ons". Wederom: aardig. Nog een observatie: ik heb de gewoonte om lieden die ik onderweg tegenkom te groeten. Wandelaars groeten altijd terug, racefietsers meestal, motorrijders meestal ook, maar gewone fietsers zelden tot nooit. Heeft iemand hiervoor een verklaring?
15.50 Ik mis de bus naar Utrecht met 2 minuten. Geen nood, we hadden ook een bus later in het schema staan. Maar meestal lopen m'n wandelingen zo vlot dat ik een eerdere bus terug heb. Ditmaal niet, en ik raak aan de praat met een ouder echtpaar dat een blaasje neemt alvorens de rit te vervolgen. Vijftien minuten later heb ik het hele levensverhaal van de heer des huizen gehoord. Curieus: hij veronderstelt dat ik een stresserende baan heb (nou, ach, tja, ok... soms wel) en dat ik meester in de rechten ben (wat ik niet kan ontkennen). Hoe hij dat kan afzien aan iemand met een afritsbroek en een vervaald geruit hemd?
18.10 Ik ben weer thuis. Zoals ook bij eerdere keren heb geval was ben ik in de bus terug verschrikkelijk stijf geworden, zodat ik het huis betreed alsof ik mijn rollator kwijt ben.

Conclusie: dit is een leuke wandeling, hoewel wel wat veel over asfalt. De afwisseling in het landschap is leuk. De markering zou hier en daar iets beter kunnen, maar kans op echt verdwalen is er niet. Maar waar Staatsbosbeheer nou dat paalkampeerterrein gelaten heeft...!