Terug

Verslag Zuiderzeepad september 2006


Het is begin september, de weersverwachting ziet er goed uit, en onder de koffie komt het idee op om er niog even twee dagen tussenuit te knijpen. Volgens M. is dit waarschijnlijk, vanuit haar beide banen gezien, de beste week van de komende twee maanden. Mijn agenda is leeg, ik heb nog stapels vrije dagen staan... Ik bel mijn chef, die het prima vindt als ik maandag en dinsdag vrij neem. Inderdaad, of nu, of over 6 maanden nieuwe kansen, zo ongeveer, gelet op de per 1 oktober sluitende campings.

Ik blader de stapel boekjes door en kom uit op Nijkerk - Nunspeet, twee maal bijna 30 kilometer, wat mijn favoriete dagafstand is. De andere kant uit heb ik dat een jaar geleden gedaan (maar het kwam er niet van u daarvan verslag te doen). Maar als je het de tegenovergestelde richting uit doet, ziet een wandeling er weer heel anders uit.

Maandag 11 september 2006

De reis gaat vlot, om halt tien stap ik in Nijkerk uit de trein. De eerste kilometer is het dorp uit en een stuk langs de grote weg, daarna stap ik de route op. Bij Diermen vraagt een boer me waar de reis naar toe gaat, ik leg hem uit dat ik nog maar net begonnen ben en vandaag Drie hoop te halen. Hij is het met me eens dat ik er mooi weer bij heb. Na Oldenaller ga ik de Tintelersteeg op. Na de spoorwegovergang blijkt dat men ook dit stuk zandweg al aan het verharden is. Houdt de asfalteringsdrift dan nooit op? Verderop wordt het beter: zandweg plus fietspad.

Achter Deuverden kruis ik een fietspad waar juist een man over fietst. Hij stopt en biedt me een minimars aan. "Neem maar, ik heb er toch twee." Dat is reuze aardig van hem, ik zeg dat mijn dag nu niet meer stuk kan. Hij grijnst. Een zeer zeldzaam moment van vriendelijkheid in een keiharde wereld!

Het begint inmiddels warm te worden, maar er was vandaag ook tot 27 graden voorspeld bij zowat geen bewolking. Er staat een klein windje, en het is uitstekend uit te houden. Mooi landschap, weilanden, akkers, rust. Wat vrachtwagens die melk ophalen en veevoer afleveren, dat is het zo'n beetje qua verkeer. De route levert geen problemen op, prima gemarkeerd. Alleen vlak voor Huinen (bij boerderij De Keut op kaart 40) moet ik even improviseren: de route lijkt toch echt over een erf te gaan, en daar zijn wat schrikdraden gespannen. Met de nodige voorzichtigheid kom ik er overheen zonder mezelf of andermans spullen te beschadigen.

In Huinen wijkt de route af van hoe het in het gidsje staat. Op de website van het Wandelplatform (www.wandelplatform.nl) staat het helder uitgelegd. Overigens is het sowieso aan te raden om voor vertrek even te kijken of er ten aanzien van uw route nog dingen gewijzigd zijn. Het pontje zal maar uit de vaart zijn wegens onderhoud: zou toch vervelend zijn...

De supermarkt in Huinen (waar ik even aanleg voor nog wat extra bier, gelet op de temperatuur) zit overigens niet precies op de plek van het pictogram, maar ligt aan de grote weg, aan de noordelijke kant van het dorp. Tegenover de supermarkt gaat u rechtsaf, voetpad in, dan rechtdoor, met de weg mee naar rechts, geklijk daarna links, en dan rechtdoor lopen langs een stel zeer bovenmodale huizen. Dan links, vlak daarna rechts, en daar zit u weer op de route. Even later maak ik een foto van zo'n klassieke bosscène, pad met stapel gevelde bomen. Een dame op een paard houdt even in tot ik klaar ben. "Ja, dat is een mooi plaatje."

Bij Koudhoorn (wat bestaat uit een nogal duur uitziend hotel/conferentieoord en een bushalte) blaas ik uit op een bankje bij een bushalte. Twee fietsende dames van in de zestig schuiven aan, en willen weten waar ik naar toe ga, hoeveel de rugzak weegt, of ik dit vaker doe, etcetera. Ze zijn kennelijk onder de indruk van de afstand, maar ik verzeker ze dat hun 20 kilometer, op hun leeftijd, er ook mogen zijn. Wat gewoon zo is.

De laatste paar kilometers naar de camping zijn niet bijster spannend: gewoon rechte stukken bos. Om half vijf ben ik bij de camping, SBB-camping Drie. Ik was er vorig jaar ook al geweest, maar toen heb ik het trekkersveldje over het hoofd gezien. Met twee picknickbanken, en helemaal voor mij alleen. (Later komen er twee fietsende vutters bij, die zich in de tegenoverliggende hoek installeren. Hoezo rustzoekers?) Ik zet mijn tentje op, en meld me aan. (Bij dit soort campings is dat een kwestie van een formulier invullen, en met het geld in een envelop stoppen, die dan in een gleuf verdwijnt. Eigenlijk moet ik dat formulier scheiden in 1 exemplaar voor bij aankomst en 1 exemplaar voor bij vertrek, maar dat haal ik altijd door elkaar, en ik weet nu toch al dat ik morgen weer weg ben.)

Ik probeer naar huis te bellen, maar heb, net zoals de vorige keer, nauwelijks bereik. Hopelijk komt het gekraak dat ik op de voicemail dump geruststellend over. Na een borrel met bier, pinda's en een boek probeer ik mijn nieuwe brander uit. De vorige is na een halve eeuw trouwe dienst afgedankt: mijn ouders zijn er nog mee op huwelijksreis geweest. De laatste keer kwam er weinig warmte meer uit, en nog eens halfgare macaroni is ook zo wat. Maar deze doet het prima, water is in enkele minuten aan de kook.

Na het eten probeer ik nog eens naar huis te bellen. Veel soeps is het bereik niet, maar ik slaag er waarschijnlijk in om de boodschap over te krijgen dat alles goed is en dat ik me vermaak. Tegen half negen duik in mijn slaapzak in.

Dinsdag 12 september 2006

Ik word om kwart voor zeven wakker, gun mezelf nog een kwartier uitslapen en ben vlak voor acht uur op pad. Ik loop een fantastische opgaande zon tegemoet, wat mooie foto's oplevert. (Zo'n digitale camera heeft altijd moeite met grote contrasten, kwestie van simpelweg 10 foto's maken en de mooiste bewaren.)

Na Drie steek ik het Speulderveld over. Ik weet aan het eind ervan een bankje te staan, als ik daar ben aangekomen gaat mijn mobieltje af. M. belt vanaf haar werk om te horen of ik goed geslapen heb. Ik bevestig dat, zeg dat ik me zeer vermaak en zeg toe het vermoedelijke tijdstip van thuiskomst te zullen laten weten.

Achter kasteel Staverden kom ik drie dames tegen die met van die wandelstokken aan het jongleren zijn, hetgeen hun tempo, eerlijk gezegd, niet bevordert. Dat wordt goedgemaakt door veel enthousiasme. Okk hier wil men weten waar ik naar toe ga, etcetera. Ze gaan binnenkort eilandhoppen, een term die ik met Griekenland associeer, maar dit gaat over de Waddeneilanden. Per boot van het ene eiland naar het andere, en daar dan wandelen. Lijkt me niet verkeerd!

Het begint weer warm te worden, ik heb het niet slecht uitgezocht met een route die vandaag grotendeels door bossen gaat. Het loopt gewoon zeer genoeglijk. Van Leuvenum naar het noorden is de route kronkelig genoeg om niet saai te worden. Je moet toch je hoofd er redelijk bijhouden. (Voor mij is dat een van de genoeglijkheden: OK, dan ben ik nu hier op de kaart, over 600 meter rechts aanhouden, dus over 10 minuten gaan opletten. Noem het wandelmanagement.)

Het stuk over het Hulshorsterzand is wat lastig, mul zand en langzamerhand toch een stevige zon. En aan het eind raak ik de weg kwijt. Ik moet ergens schuin oversteken, maar waar zou de uitgang nou zijn? Afijn, uiteindelijk baan ik me een weg door het bos tot ik bij een fietspad kom. Ik besluit de officieuml;le route te laten voor wat hij is, ik moet tenslotte uitkomen bij het viaduct over de snelweg dat ongeveer twee kilometer verderop ligt. Op stuit op paaltjes van een witte wandelroute, en ik verwacht dat die wel eens zou kunnen uitkomen bij een parkeerplaats valk ten zuiden van dat viaduct. Blijkt te kloppen.

Reeds om half twee ben ik bij dat viaduct. Het is nog slechts een kilometer naar het station, mooi tijd voor een blikje bier dat nog van gisteren over was. Normaal bewaar ik bier altijd voor als ik de hele wandeling erop heb zitten, maar ik vermoed dat de Nunspeetse hermandad wel eens moeilijk zou kunnen doen over bier drinken in het openbaar, zelfs door brave lieden als ik. Maar hier (in een soort bushokje bij een fietsenrek) geef ik niemand aanstoot.

Even voor twee ben ik bij het station. Bij de VVV er tegenover koop ik twee ansichtkaarten voor mijn moeder en mijn schoonouders: traditie. Met enig overstappen ben ik even na vieren thuis. Toch ook weer blij om weer thuis te zijn.

Conclusie:

Zeer geslaagd. Het weer werkte heel erg mee, had niet beter gekund. Een heel fraaie route, flink wat over onverharde wegen, en ook op drukke zondagmiddagen zal het nog te doen zijn. Bebouwing wordt mooi vermeden, zelfs in die mate dat het aan te raden is om compleet self-supporting te zijn. Er is hier en daar enige horeca, maar als die dicht is, en u hebt geen water bij u... De supermarkt in Huinen is de enige op de route, in Nijkerk zijn uiteraard wel supermarkten maar daar moet u weer voor omlopen.

De markering is prima, behalve dus dat laatste stukje over dat zand. Overigens: het is ook best mogelijk dat ik niet goed opgelet heb. De camping in Drie krijgt van mij met genoegen 5 sterren toegekend.

En dan zit het seizoen er weer op... Benieuwd of het nog tot winterkamperen komt. Ik las laatst dat het steds populairder wordt, uiteraard met een caravan. Maar, aldus de geïnterviewde exploitant, er kwam ook af en toe iemand met een rugzak aanzetten. "Maar dat zijn dan wel hele fanatieke kampeerders." Um, tja, klopt. Maar dit stuk Zuiderzeepad kan ik u dus aanraden.