




|
William Morris werd geboren in 1877 in Worcester, Engeland. Werd later benoemd tot lord Nuffield, hij richtte in 1893 een fietsenfabriek op in Oxford onder de naam: Morris Motor Cycle Hij pionierde voor de productie en verkoop van auto’s in Engeland, volgens het voorbeeld van de massaproductie van Henri Ford in de USA. William Morris ging in 1912 ook auto’s bouwen. Omdat er begin jaren twintig steeds meer laag geprijsde Amerikaanse lichte trucks op de Britse markt verschenen. Meende William Morris in dit marktsegment te kunnen concurreren door grote aantallen 1 tons vrachtwagens te produceren onder de merknaam: Morris commercial |
|
William Morris / Lord Nuffield |
|
William Morris Ging de competitie aan met: Herbert Austin. Hij kwam in 1925 met de éérste Morris minor personenauto op de markt. Hiermee legde hij de basis voor de MG. |
|
Morris Minor |
|
De letters MG staat voor: Morris Garage! De toenmalige dealerorganisatie van Morris automobielen. Met deze afkorting als merknaam kwam Morris op de markt met de zeer populaire sportwagenserie: MG-A , MG-B , MG Midget |
|
MG - B |
|
William Morris was getrouwd met Elizabeth Anstey 9 april 1904. Hij werd in 1934 benoemd tot Baron Nuffield. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Zijn fortuin is in 1943 onder gebracht in de: Morris founded the Nuffield Foundation met een kapitaal van 10 miljoen pond. Hij was de grondlegger van het Nuffield College in Oxford. William Morris is in 1963 overleden. |
|
Morris Trucks Birmingham, Engeland. |
|
In 1924 kocht hij een fabriek in Soho in Birmingham, waar het éérste Morris Commercial T-type in productie ging. Motor en transmissie waren van personenauto’s afkomstig. Aan de merknaam Morris werd het woord “Commercial” toegevoegd, om de trucks te onderscheiden van personenauto’s. |
|
Al gauw bracht Morris Commercial zwaardere modellen uit. Het D-type, een tweetonner met 6 wielen kwam in 1927 uit. Zowel de militaire als civiele versies bleken succesvol. In 1930 nam Morris Commercial de oude fabriek Wolsely in Adderley Park in Birmingham over, waarna het aantal modellen werd uitgebreid. Nadat een nieuwe, van AEC afkomstige hoofdingenieur was aangesteld, ontwikkelde Morris Commercial zware modellen, onder meer de 4/5 tons Courier. Men maakte plannen voor vier en zes wielers met laadvermogens van 8 tot 12 ton, die echter niet allemaal werden verwezenlijkt. |
|
In 1933 werd het 2,5 tons P-type of Leader uitgebracht, in 1934 gevolgd door het C-type, dat zowel met conventionele motorkap als met semi frontstuur cabine leverbaar was. Ook kwam een zwaardere versie van de Leader, met een laadvermogen van 4 ton, uit. In 1938 gingen de fraaie modellen van de CV of Equiload in productie. Ze hadden een laadvermogen van maximaal 5 ton. Het zwaarste type was de CVF 13 /5 met frontstuurcabine en een 4,9 m lange opbouw. De krachtbron was een 85PK sterke Morris Commercial 3,48 liter zescilinder benzinemotor. Enkele Equiload modellen bleven ook na de tweede wereldoorlog in productie. In 1948 werd een 5-tonner met een echte frontstuurcabine gepresenteerd. Dit was de FV, die een eenvoudige maar fraaie cabine had, met naar achteren scharnierende portieren. |
|
Als krachtbron was onder meer een door de Zwitser Saurer ontworpen en door Morris Commercial in licentie gebouwde 4,25 liter zescilinder dieselmotor leverbaar. De dieselmodellen kregen de type aanduiding FVO. Een 80 PK viercilinder benzinemotor behoorde ook tot de mogelijkheden. In 1953 kwam er een 100 pk zescilinder benzinemotor uit. De dieselmotor werd geen groot succes, maar bleef tot 1953 leverbaar. In 1954 kregen de trucks met frontstuurcabine een stalen cabine van: Willenhall Motor Radiator Company. |
|
Morris Commercial was intussen, door de fusie van Austin met Morris in 1951, in het BMC concern opgenomen. De ontwikkeling van de trucks van Austin en Morris Commercial verliep voortaan parallel. In 1956 werd de merknaam Morris ingevoerd en verdween de naam: |
|
Austin en Morris bouwde lichte en middelzware trucks, in de klassen van 1,5 tot 5 ton. In 1954 werden modellen gepresenteerd die afgezien van het merkembleem vrijwel identiek waren. Na de fusie van BMC met British Leyland in 1968 kwamen de merken Austin en Morris op de markt onder de merknaam: Morris Daarna luidde de merknaam : B M C. |
|
Nadat de Austin Motor Company en Morris Commercial Cars Ltd, in 1951 waren gefuseerd tot de British Motor Corperation, werden de modellen van de twee merken steeds meer gelijkgeschakeld. In 1955 kwam de nieuwe 701 met een laadvermogen van 7 ton uit met standaard vacuüm rembekrachtiger. Als krachtbron was een 5,1 liter 105 PK BMC dieselmotor ingebouwd. Met een voor die tijd mooie cabine voorzien van een panoramisch gebogen voorruit.
|
|
Morris LC Truck 1946 |
|
Morris Commercial LC Truck 1946 |
|
Morris CV Truck 1946 |
|
1 tons Commercial Truck 1924 |
|
FFK-140 |
|
FE 1958 |


|
Morris 1100 |
|
Morris Oxford |
|
Morris Commercial. |

