Het restant van kasteel Schonauwen bestaat
uit een ronde bakstenen toren op een omgracht eiland.
De toren (Schalkwijkseweg 15) ligt ten zuiden van het
dorp Houten, tussen de huidige Schalkwijkseweg en het
Amsterdam-Rijnkanaal. De naam Schonauwen duikt voor
het eerst in de bronnen op in 1261. Het was toen de
naam van een uithof van de Norbertijnerabdij van Mariënweerd.
In 1271 gaven abt en convent de rechtsmacht over het
gebied, met uitzondering van de uithof, in leen aan
Hubert van Beusichem, heer van Culemborg. Op zijn beurt
zal deze de rechtsmacht korte tijd later in achterleen
hebben gegeven aan zijn broer Dirk Splinter van Beusichem.
In ieder geval blijkt Dirk Splinter in 1305 bezittingen
te hebben in Schonauwen, die worden omschreven als 'dat
huys te Blancouwen' en 13 morgen (1 morgen is circa
0,85 ha.) land. Nog in datzelfde jaar droeg hij het
kasteel op aan de heer van Culemborg om er vervolgens
mee te worden beleend. De zoon van Dirk, Hubrecht, noemde
zich al in 1306 'Van Schonauwen'. Gelet op de hoge
ouderdom en het belang van het kasteel als steunpunt
van de heren Van Culemborg, mogen we aannemen dat Schonauwen
een aantal bouwfasen heeft gekend. Hoe het kasteel er
in oorsprong heeft uitgezien, weten we niet.

De
oudst bekende afbeeldingen van Schonauwen zijn twee
tekeningen van Roelant Roghman uit circa 1640. Het kasteel
is daarop afgebeeld als een imposante vierkante waterburcht
met een omgrachte voorburcht. Een poortgebouw met klokgevel
geeft toegang tot het binnenterrein van de voorburcht,
die aan drie zijden door dienstgebouwen wordt omsloten.
Een houten brug leidt vanaf de voorburcht naar de oostelijke
vierkante hoektoren van de eigenlijke burcht, die tevens
als poorttoren fungeert. Deze poorttoren is door middel
van een gekanteelde weermuur verbonden met de nog bestaande
zuidelijke ronde hoektoren. Op de westelijke hoek staat
een grote veelhoekige toren, die in die tijd al grotendeels
was afgebroken, waarschijnlijk in verband met de (ver)bouw
van de woonvleugels, die de kleine binnen-plaats omringen.
Deze toren was vermoedelijk de oorspronkelijke woontoren.
De tekeningen van Roghman geven een beeld van een kasteel
dat in eerste opzet nog uit de veertiende eeuw dateert,
maar in de loop van de volgende eeuwen diverse verbouwingen
onderging. In de loop van de zeventiende eeuw onderging
Schonauwen zoals zo vele middeleeuwse kastelen een complete
metamorfose. In 1668 was het kasteel volgens een bouwkundige
rapportage door de bouwmeesters Van Vianen en Van de
Pijl nog zeer vervallen. Uit een kopergravure van Cornelis
Specht uit 1698 blijkt echter dat het kasteel inmiddels
was verbouwd tot een herenhuis in Hollands classicistisch
stijl met drie vleugels rond een kleine binnenplaats.
Alleen de gekan-teelde weermuur, de ronde hoektoren
en de omgrachting waren nog intact en herinnerden aan
de middeleeuwse oorsprong van het huis. Een achttiende-eeuwse
tekening van Schonauwen toont het huis en zijn directe
omgeving in vogelvlucht-perspectief vanuit een tweetal
gezichtspunten. Het is de enige afbeelding die een beeld
geeft van de omgeving van het huis. Deze bestond uit
een formele tuin, waarin zichtassen en bomensingels
werden gecombineerd met door hagen omgeven, rechthoekige
bloemen- en moestuinen. Vanaf de Schalkwijkseweg gaf
een brede oprijlaan vrij zicht op het hoofdgebouw. Om
dat vrije zicht te verkrijgen was de bebouwing aan de
noordoost-zijde van de voorburcht gesloopt.
Hendrik
Ravee, die Schonauwen in 1812 had gekocht, liet het
huis en zijn gebouwen in 1813 op de ronde hoektoren
na slopen. In 1891 liet de toenmalige eigenaar, George
Bingham, de toren restaureren en voorzien van een aanbouw.
De toren werd daarna als zomerverblijf gebruikt. Ruim
een halve eeuw later, in 1944, liet W.F. Wassink de
toren opnieuw enigszins restaureren en nogmaals uitbreiden
met een door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg goedgekeurde
aanbouw. Zo ontstond de situatie zoals die op de dag
van vandaag nog is te zien. Kasteel Schonauwen ligt
in de uitbreiding van het dorp Houten. In de komende
jaren zal het kasteel aan alle zijden omringd worden
door nieuwbouwwijken. Bij de plannen is rekening gehouden
met een stuk groen rondom het kasteel. De tweede omgrachting
en het zeventiende-eeuwse lanenstelsel zullen mogelijk
opnieuw worden aangelegd. De huidige eigenaren van de
toren zijn bezig met een restauratieplan; tevens willen
zij nieuwbouw realiseren op het kasteelterrein waardoor
er voldoende woonruimte ontstaat voor permanente bewoning.
|
In 1305
heeft een zekere Dirk Splinter bezittingen in Schonauwen,
wat wordt beschreven als ´dat huys van Blancouwen´.
Hubrecht, de zoon van Dirk Splinter, noemt zich in 1306
al ´van Schonauwen´. |