Wat moet dit betoog op deze site?
Voor de gemiddelde man is dat inderdaad geen vraag, maar mij werd laatst gevraagd om hier toch enige aandacht aan te besteden. De casus betrof een wat oudere dame die zelf niets met alcohol heeft, maar mannelijk bezoek op een voor hen juiste wijze wilde kunnen onthalen. Namens mijn sexegenoten, mijn erkentelijkheid voor deze attentheid. De lezer voor wie dit bekende stof is, slaat deze pagina verder maar over. Ik richt mij nu dus even tot de (al dan niet hypothetische) vrouwelijke lezer die binnenkort een of meerdere heren over de vloer krijgt, en het voor hen gezellig wil maken. (De invulling van "gezellig" kan namelijk wat verschillen. Ik ken een verhaal van een aantal heren dat met een dame ergens in Europa aan het onderhandelen was over een verdrag over sociale zekerheid, en 's avonds door deze dame op een gezellig kopje vlierbessenthee op haar hotelkamer werd genood. Haar vakkennis was groter dan die van de rest bij elkaar, dus ze konden geen nee zeggen.)
Ik zal wat uitgebreider op wijn ingaan. Daar is gewoon meer over te zeggen.
Komt een man bij de dokter, zo'n bult schuin van voren. Zegt die dokter, nou meneer, uw lever is nogal fors, wat drinkt u? Zegt die man, o maakt niet uit, wat u open hebt.
Tja, dat is zo'n beetje het algemene beeld, en ik vrees dat we het er zelf naar gemaakt hebben. (We hebben het er ècht zelf naar gemaakt: er zijn meer kerels in alcohol verzopen dan in water.) Dat betekent dus dat de dame in kwestie er verstandig aan doet om ergens het midden te houden: wel wat in huis halen, maar het hoeft ook geen halve drankhandel aan flessen-voor-het-geval-dat te worden.
Komt een man in een café, bestelt een borrel en terwijl hij het ding optilt mompelt hij wat. Zegt de barman: "Wat zegt u?" "Nou, ik zeg tegen die borrel, jij moest maar eens een goed plaatsje zoeken, want het kon wel eens dringen worden vanavond."
Suggestie 1: vraag het gewoon. Als de reactie in de stijl van "maakt niet uit" is, doorvragen. Mannen zijn grofweg te verdelen in bier-, gedistilleerd- en wijntypes, en wat ze voorgezet krijgen maakt wel degelijk wat uit.
Als u de zoekvraag tot een van deze typen hebt teruggebracht, zult u op de gebruikelijke veelheid aan merken en soorten stuiten. Gaat u hier niet al te zeer een wetenschap van maken. (De man die met alle geweld alleen dat-en-dat merk wil, zal sowieso de flexibiliteit missen om uw schilderij correct te kunnen ophangen of uw aangiftebiljet op de meest fiscaalvriendelijke wijze in te vullen.) In de drankhandel zult u, net als bij de meeste voor consumptie bestemde producten, de driedeling in A-, B- en C-merken aantreffen. Ik loop even een aantal typen drank met u langs.
Gewoon pils is prima, bij voorkeur op koelkasttemperatuur. Mannen kunnen ontzettend moeilijk doen over de hoeveelheid schuim die erop hoort, dus laat het hem zelf maar inschenken. Als u een man eens echt wilt trakteren, kunt u het woord "witbier" laten vallen. Dat is 's zomers inderdaad zeer smakelijk. Maar u betaalt dan wel iets van drie keer zoveel. Dat geldt ook voor die fraaie van het Trappisten-type. Meestal Belgisch, hoeft niet. Een mijner correspondenten (woonachtig in Tilburg) bericht me dat ik hier ten onrechte La Trappe tot de Belgische bieren rekende, terwijl dat uit Moergestel komt. Mijn excuses. (Overigens: de meeste Trappist wordt door theologisch niet geschoolde lieden gebrouwen, hoewel het klooster wel licentierechten krijgt.)
Is, geheel buiten mijn schuld, wat in populariteit afgenomen. Wat oudere heren zullen echter een borreltje zeker waarderen. U schenkt dit in zo'n klein glaasje (30 tot 35 cl), dat dan echter wel helemaal vol moet, bij voorkeur met zo'n bolling aan de bovenkant. (Als u dat zonder morsen voor elkaar krijgt en het resultaat als "kamelenrug" aanduidt, zult u waarderende blikken oogsten.) Jenever bestaat in de stijlen "jong" en "oud" wat overigens minder met leeftijd dan met chemie te maken heeft. De meeste liefhebbers van oude jenever zullen jonge ook goed vinden, maar andersom komt wat minder voor. Variant op jenever: de "lichte borrel", met een iets lager alcoholpercentage, die dan van de wet geen jenever mag heten. Maar is verder zeer drinkbaar.
In het chapiter "sterk spul" komt whisky waarschijnlijk op de tweede plaats. Is ook al wat duurder dan jenever, en dus op zijn plaats voor mannen met wie men een bijzondere relatie onderhoudt. Maar die stellen dat dan ook zeer op prijs. Heren van Friese afkomst zullen Beerenburg zeer waarderen. Overige sterke drank: tja, dat zijn dan al van die exotische dingen als wodka en cognac. Mocht u daaraan denken, dan is het te overwegen om de betreffende heer zelf langs de drankboer te sturen, waarbij ik hem dan wel een afgepast budget zou toekennen.
Onder jongeren zeer populair: flesjes of blikjes met frisdrank plus een scheut sterke drank. Mocht de man in kwestie jonger zijn dan pakweg 25, laat dan langs uw neus weg vallen dat u gehoord hebt dat dit soort dingen bestaan, maar dat het u verder niets zegt. Als het raak is, merkt u dat vanzelf.
Hier zijn letterlijk bibliotheken over volgeschreven, dus als u aan het navolgende niet genoeg hebt: op naar de bibliotheek.
U zult zowel in de supermarkt als bij de slijter een tot verwarring leidende keus aantreffen. De hoofdindeling die u zal opvallen is: rood, wit en iets ertussen in. Klopt. Dat laatste staat overigens bekend als rosé. Verder zal u opvallen dat er forse prijsverschillen zijn, van pakweg 3 euro tot het tienvoudige. En soms wel meer. Eerste aanbeveling: gaat u nou geen vermogen uitgeven. Een fles van 20 euro is ongetwijfeld lekkerder dan een fles van 5 euro, maar het scheelt echt geen factor 4. (Gesteld dat je op zoiets een exacte berekening zou kunnen loslaten.)
Maar waar moet u nou op letten? Zo'n etiket staat vol kretologie...
Tussenvraag: is die wijn bedoeld om "los" te drinken, met wellicht een snackje erbij, of is het een onderdeel van een maaltijd? In het eerste geval zit u niet met de heisa van wat-hoort-bij-wat. (Als begeleiding is een niet al te scherp zoutje of een blokje kaas prima. Geen ingewikkeldheden met dipsausen, zou ik zeggen.)
Wat er op zo'n etiket staat verschilt nogal, maar bij supermarktwijn zit er vaak achterop nog een etiket waar u veel meer aan heeft. En op het schap treft u vaak ook een of andere codering aan die een idee geeft voor wat voor situatie deze wijn gedacht is. (En ik zeg daar direct bij dat het een vrijblijvende suggestie is. U bent en blijft de baas.)
De eerste ingang is: uit welk land komt dit? De tijd dat Frankrijk heer en meester was op wijngebied ligt definitief achter ons, hoe vervelend het ook voor ze is. Maar Frankrijk blijft nog steeds een belangrijke producent. Beginnen we daar dus mee.
Frankrijk
Franse wijnen hebben vaak (vroeger bijna altijd) een geografische aanduiding als belangrijkste "ingang". Dat kan een groter of kleiner gebied zijn (variërend van zowat een Nederlandse provincie tot een paar voetbalvelden). Achter een dergelijke herkomstbenaming zit dan een heel stel voorschriften, vooral ten aanzien van de gebruikte druivenrassen. Het ene druivenras geeft (per hectare) een grotere opbrengst dan het andere, maar van een slechtere kwaliteit. Het idee is dus dat de geografische aanduiding X een soort kwaliteitswaarborg is. Een tweede aspect is dat er binnen zo'n gebied vaak gewerkt wordt met combinaties van verschillende druivenrassen, hetgeen, in combinatie met wat lastiger te vatten factoren als grondsoort en klimaat, dan tot een typische smaak zou moeten leiden. Op dit gebied is er nogal wat creatief taalgebruik in omloop, maar ook zonder dat heeft een enigszins ervaren wijndrinker wel een beeld van "dit is typisch Bordeaux" en zo.
De vuistregel is: hoe kleiner het gebied van de herkomstbenaming, hoe beter de wijn. (Zoals op elke regel zijn ook hier uitzonderingen op, maar grosso modo kunt u hem wel aanhouden.) Gewoon de mededeling dat het spul uit Frankrijk komt: prima, niks mis mee, maar niet echt iets om open te trekken als iemand zijn eindexamen gehaald heeft. (Ik laat hier even buiten beschouwing dat er gevallen bekend zijn dat het enige contact dat die wijn met de Franse bodem bleek te hebben gehad via de wielen van de tankwagen bleek te zijn geweest.) Dan is er een niveau "Vin de Pays de..." die ook redelijk onder de groep "lekker voor de zaterdagavond" valt te scharen. Bij de kreet "Appellation ... Controlée" komen we weer een treedje verder. In feite kunt u hier al niet echt de fout meer ingaan. Verwarring ontstaat doordat appellations elkaar "overlappen", door verschillende eisen. Voorbeeld: het Bordeaux-gebied omvat ondermeer de Haut-Medoc, en die omvat diverse gemeenten, waaronder Pauillac. Niet elke wijn die in Pauillac wordt gemaakt voert de naam Pauillac... Dat moet je even weten. (In Diamonds are Forever ontmaskert James Bond een ober als schurk omdat deze ober niet weet dat Chateau Lafite-Rothschild een "claret" is. Dat zou mij toch niet overkomen zijn. Ik kan dus op voor schurk in de volgende James Bond-film. Albert Broccoli, ik wacht uw telefoontje af.)
Soms komt u de term "Cru" op een fles Bordeaux tegen, in de verschijningsvormen "Cru Bourgeois" via "Cinquième Grand Cru Classé" tot en met "Premier Grand Cru Classé". Dan hebben we iets heel moois t/m heel heel heel heel erg moois in handen. (En dat zijn ervaringen die je niet meer vergeet. Mijn vader placht van zijn werkgever voor zijn verjaardag een doos Chateau Haut-Bages Libéral te krijgen. Schitterend, gewoon af, perfect!)
Als u de moeite zoudt nemen er enige studie van te maken (hoeft echt niet) dan zoudt u merken dat er een zekere interne democratisering van Franse wijngebieden heeft plaatsgevonden. Enkele decennia geleden was er een eredivisie van Bordeaux en Bourgogne, dan een tijd niets, en dan de rest. Dat is beslist anders geworden. Aan de onderkant van de markt is de concurrentie vanuit de rest van de wereld (zie hierna) zo hevig dat Franse wijnbouwers in andere gebieden minder voor het volume en meer voor de kwaliteit zijn gegaan. Gevolg: wijnen uit globaal de Languedoc en de Provence zijn duidelijk beter geworden.
Zo eind november komt u de Beaujolais Nouveau tegen. Dat is een wijn die met enig kunst- en vliegwerk is opgekweekt, en vanaf een bepaalde dag (ik meen de derde donderdag in november, maar u merkt het vanzelf) op de markt mag komen, en niet eerder. Dat moet u zeer letterlijk nemen. Om exact middernacht ronken de poids lourds met honderden tegelijk Frankrijk in, en rollen op Lyon St. Exupéry een hele rij tot het bovendek volgepropte 747's de runway op, op weg naar New York, Tokyo en nog exotischer oorden. Gelet op al die inspanningen, moet ik tot mijn spijt zeggen dat ik het niet bijzonder lekker vind.
Ik wil nog even de Elzasser wijnen noemen, die u herkent aan de slanke, hoge fles. Ze hebben altijd de naam van de druif prominent op het etiket: Riesling, Pinot Gris, Gewürztraminer. Met name die laatste is buitengewoon lekker, eigenlijk te lekker om als begeleiding te dienen. Zo'n wijn verdient een hoofdrol. Minpuntje: ze zijn behoorlijk aan de prijs...
Spanje
De Spaanse aanpak is conform de Franse, met geografische aanduidingen waar dan voorschriften omtrent druivenrassen etcetera achter zitten. De betere wijnen komen uit Rioja en Navarra.
Italië
Ook hier bestaat een systeem van regionale indeling, maar ik heb de indruk dat de verschillen tussen de diverse regio's wat minder groot zijn. In elk geval lijkt in het bereik van "gewoon lekker wijntje voor bij een etentje" de kans op uitschieters, zowel naar boven als naar beneden, niet zo groot te zijn.
Hier dient volledigheidshalve nog even de Lambrusco genoemd te worden, een niet al te sterke, lichtmousserende wijn. Smaakt naar limonade, maar zeer geschikt bij de barbecue, en om op een warme zomeravond gezellig weg te tanken. Wil zeer koud geschonken worden.
Duitsland
Er worden in het Rijndal een aantal hele mooie witte wijnen gemaakt, die knap duur zijn. Uit het Moezelgebied komt een grote plas vaak nogal zoete wijn, die door kenners niet echt serieus genomen wordt, maar die u op een hete zondagmiddag zodanig vlot wegdrinkt dat u van te voren even moet nagaan of u een strippenkaart bij u hebt. En bij een stevige zuurkoolschotel past zo'n wijn ook prima. Qua prijs zijn ze meestal redelijk vriendelijk, en ze gaan vaak in literflessen. De Duitse degelijkheid zorgt er wel voor dat u qua herkomst en zo niet belazerd wordt.
Druivenrassen
Buiten deze vier Europese landen ligt het accent minder op geografische herkomst, en meer op het gebruikte ras of de combinatie van rassen. Een bron van verwarring, omdat wat in Frankrijk ras A heet, in de Verenigde Staten met B wordt aangeduid. Voordat je daar enig zicht op hebt, is er heel wat studie verricht, en dan nog moet je eigenlijk met een vertaaltabel in je binnenzak naar de slijter gaan. Een van de weinige overal gebruikte namen: Cabernet Sauvignon. Zo'n beetje de beste druif ter wereld, maar met een vrij kleine opbrengst per hectare. Dus vaak nogal aan de prijs.
Verenigde Staten
We hebben ooit wat wijnbouwers bezocht in New York State, en de ervaringen waren niet dramatisch: net limonade / water met een kleurtje / leuk voor als alle andere flessen leeg zijn, dat was het wel zo ongeveer. Daar staat tegenover dat men in Californië een paar wijnen maakt die zich met de beste Franse Grand Crus kan meten, zoals uit blindproeverijen bleek. (Tot de grote schrik van de Fransen.) Ondertussen is het prijsniveau ook wel flink opgetrokken.
Zuid-Amerika
In de afgelopen jaren hebben Zuid-Amerikaanse wijnbouwers flink bijgeleerd, tot het niveau dat hun wijnen een serieuze bedreiging vormen voor de Franse lagere en midden-middenklasse. Hier zit u bijna nooit fout mee.
Zuid-Afrika
Duidelijk beter geworden, en inmiddels meestal een redelijke wijn in de lagere middenklasse voor een scherpe tot zeer scherpe prijs. Zoiets als wat Skoda in de autowereld is.
Oost-Europa
Om in auto-termen te blijven: Lada's. Voor de prijs soms niet slecht, maar er kan een wat minder exemplaar tussen zitten. Ik kreeg ooit een fles Russische wijn waarvan we na enkele glazen tot de conclusie kwamen dat er per ongeluk een partijbons was meegeperst. Daar staat tegenover dat u in de supermarkt een zeer drinkbare Bulgaarse cabernet sauvignon tegenkomt.
Wat komt er bij ons op tafel? In veel gevallen is dat rotwijn, pardon Rotwein, van de Aldi. Cuvée du Carton. So what? En als we iets-in-een-fles willen hebben, vinden we Chileense cabernet sauvignon van de Lidl zeer geschikt. En voor Speciale Gelegenheden (het geaccepteerd zijn van uw belastingaangifte, inclusief enige creatieve aftrekposten, of zo) is een flesje van iets fraaiers best te doen.
Een onderwerp waar ook boeken over volgeouwehoerd zijn.
De hoofdregel is uitentreure bekend: wit bij vis, rood bij rood vlees, en bij kip hangt het er van af of het een beetje een licht gerecht is (wit) of dat er een zware saus bij zit (rood). En hoe zwaarder het gerecht, hoe steviger de wijn moet zijn. Bij een schnitzel zou je dan typisch aan een Beaujolais of iets in die stijl denken, bij biefstuk is een Côtes du Rhone (of iets met zo'n hoeveelheid spierballen)geschikter. Maar vandaag de dag wordt daar wat soepeler mee omgegaan. Doe gewoon wat u lekker vindt.
Wat moet u daar nou voor uitgeven? Tja. Pijnlijke vraag. Hubrecht Duijker heeft een boekje geschreven over wijnen beneden de 5 euro. Om maar even aan te geven dat u heel goed in staat zou moeten zijn een fles op tafel te zetten zonder dat u een tweede hypotheek op uw huis moet nemen. En overigens: ze doen het er maar mee.
Nog even over wijnjaren: vroeger werd hier vreselijk streng over gedaan, zelfs in die mate dat een beetje zakagenda een paar tabellen bevatte waarmee je kon nagaan of een Chablis van 1963 wel de moeite waard was. Tegenwoordig zijn we wat ongeduldiger, en de producteurs hebben zich daaraan aangepast. Het is zelden nodig om een wijn langer dan een jaar of twee te laten rijpen. Dus gaat u nou geen vermogen neertellen omdat die fles nu 10 jaar oud is.